Individual Elements

←5P27
5P29→

5P28

Elements Used in 5P28
  1. 2p40s2  5P28d
  2. 3dai  5P28d

Conatus seu cupiditas cognoscendi res tertio cognitionis genere oriri non potest ex primo, at quidem ex secundo cognitionis genere.

DEMONSTRATIO: Hæc propositio per se patet. Nam quicquid clare et distincte intelligimus, id vel per se vel per aliud quod per se concipitur, intelligimus hoc est ideæ quæ in nobis claræ et distinctæ sunt sive quæ ad tertium cognitionis genus referuntur (vide II scholium propositionis 40 partis II) non possunt sequi ex ideis mutilatis et confusis quæ (per idem scholium) ad primum cognitionis genus referuntur sed ex ideis adæquatis sive (per idem scholium) ex secundo et tertio cognitionis genere ac proinde (per 1 affectuum definitionem) cupiditas cognoscendi res tertio cognitionis genere non potest oriri ex primo, at quidem ex secundo. Q.E.D.

De poging, of de begeerte van de dingen door de darde slach van kennis te kennen kan niet uit d' eerste, maar wel uit de tweede slach van kennis spruiten.

Betoging.--Deze Voorstelling blijkt uit zich zelve. Want al 't geen, dat wy klarelijk en onderscheidelijk verstaan, verstaan wy door zich zelf, of door iets anders, 't welk door zich bevat word: dat is, de denkbeelden, die in ons klaar en onderscheiden zijn, of die tot de darde slach van kennis betrokken en toegepast worden, (bezie het tweede Byvoegsel van de veertigste Voorstelling in het tweede deel) konnen niet uit verminkte en verwarde denkbeelden volgen, de welken (volgens het zelfde Byvoegsel) tot d' eerste slack van kennis toegepast worden: maar uit evenmatige denkbeelden, of (volgens het zelfde Byvoegsel) uit de tweede en darde slach van kennis;--en dieshalven, (volgens d' eerste Bepaling der hartstochten) de begeerte van de dingen door de darde slach van kennis te kennen kan niet uit d' eerste, maar wel uit de tweede slach van kennis spruiten; gelijk voorgestelt is.

The endeavour or desire to know things by the third kind of knowledge cannot arise from the first, but from the second kind of knowledge.

Proof.--This proposition is self--evident. For whatsoever we understand clearly and distinctly, we understand either through itself, or through that which is conceived through itself; that is, ideas which are clear and distinct in us, or which are referred to the third kind of knowledge (II. xl. note. ii.) cannot follow from ideas that are fragmentary and confused, and are referred to knowledge of the first kind, but must follow from adequate ideas, or ideas of the second and third kind of knowledge; therefore (Def. of the Emotions, i.), the desire of knowing things by the third kind of knowledge cannot arise from the first, but from the second kind. Q.E.D.
Elements in Which 5P28 is Used

N/A