Individual Elements

←4P67
4P69→

4P68

Elements Used in 4P68
  1. 4p64c  4P68d
  2. 4p4  4P68s
  3. 3p27  4P68s
  4. 4p37  4P68s

Si homines liberi nascerentur, nullum boni et mali formarent conceptum quamdiu liberi essent.

DEMONSTRATIO: Illum liberum esse dixi qui sola ducitur ratione; qui itaque liber nascitur et liber manet, non nisi adæquatas ideas habet ac proinde mali conceptum habet nullum (per corollarium propositionis 64 hujus) et consequenter (nam bonum et malum correlata sunt) neque boni. Q.E.D.

SCHOLIUM: Hujus propositionis hypothesin falsam esse nec posse concipi nisi quatenus ad solam naturam humanam seu potius ad Deum attendimus, non quatenus infinitus sed quatenus tantummodo causa est cur homo existat, patet ex 4 propositione hujus partis. Atque hoc et alia quæ jam demonstravimus, videntur a Mose significari in illa primi hominis historia. In ea enim nulla alia Dei potentia concipitur quam illa qua hominem creavit hoc est potentia qua hominis solummodo utilitati consuluit atque eatenus narratur quod Deus homini libero prohibuerit ne de arbore cognitionis boni et mali comederet et quod simulac de ea comederet, statim mortem metueret potius quam vivere cuperet. Deinde quod inventa ab homine uxore quæ cum sua natura prorsus conveniebat, cognovit nihil posse in natura dari quod ipsi posset illa esse utilius sed quod postquam bruta sibi similia esse credidit, statim eorum affectus imitari inceperit (vide propositionem 27 partis III) et libertatem suam amittere quam Patriarchæ postea recuperaverunt ducti spiritu Christi hoc est Dei idea a qua sola pendet ut homo liber sit et ut bonum quod sibi cupit, reliquis hominibus cupiat, ut supra (per propositionem 37 hujus) demonstravimus.

Indien de menschen vry geboren wierden, zo zouden zy geen bevatting van goet en quaat vormen, zo lang zy vry waren.

Betoging.--Ik noem de geen vry te wezen, die van de reden alleen geleid word. De geen dan, die vry geboren word, en vry blijft, heeft geen anderen, dan evenmatige denkbeelden, en dieshalven geen bevatting van 't quaat; (volgens de Toegift van de vierënzestigste Vorstelling in deel) en by gevolg ook niet van't goet; want goet en quaat zijn niet dan betrekkingen, die op malkanderen zien: 't welk te betogen stond.

Byvoegsel.--Uit de vierde Voorstelling van dit deel blijkt dat d'onderstelling van deze Voorstelling valsch is, en niet bevat kan worden, dan voor zo veel wy alleenlijk op de menschelijke natuur, of liever op God merken, niet voor zo veel hy onëindig, maar alleenlijk voor zo veel hy oorzaak is van dat de mensch wezentlijk is. Dit, en andere dingen, die wy alreê betoogt hebben, schijnen van Moses, in de historie van d'eerste mensch, aangewezen te worden. Want daar in word geen ander vermogen van God begrepen, dan dit, door 't welk hy de mensch heeft geschapen; dat is een vermogen, door 't welk hy alleenlijk voor de nuttigheit en welstant van de mensch zorgt: en voor zo veel word verhaalt, dat God aan de vrije mensch verboden heeft van de boom der kennis des goets en quaats t' eten, en dat, zo haast als hy daar af geëten zou hebben, hy meer vrees voor de doot, dan begeerte om te leven zou hebben: wijders, dat de mensch, een gemalin gevonden hebbende, die gantschelijk met zijn natuur overëenquam, bekende dat'er in de natuur niets kon zijn, dat nutter, als zy, voor hem kon wezen; maar dat hy, na dat hy geloofde dat de beesten hem gelijk waren, terstont hun hartstochten begon na te volgen, (bezie de zevenëntwintigste Voorstelling van 't darde deel) en zijn vrijheit te verliezen, de welke sedert van d' Aartsvaders weder bekomen is, die door Christus geest geleid wierden, dat is door Gods denkbeelt, van 't welk alleen afhangt dat de mensch vry is, en dat hy het goet, 't welk hy voor zich begeert, ook voor d'andere menschen begeert; gelijk wy hier voor (in de zevenëndartigste Voorstelling van dit deel) betoogt hebben.

If men were born free, they would, so long as they remained free, form no conception of good and evil.

Proof.--I call free him who is led solely by reason; he, therefore, who is born free, and who remains free, has only adequate ideas; therefore (IV. lxiv. Coroll.) he has no conception of evil, or consequently (good and evil being correlative) of good. Q.E.D.

Note.--It is evident, from IV. iv., that the hypothesis of this Proposition is false and inconceivable, except in so far as we look solely to the nature of man, or rather to God; not in so far as the latter is infinite, but only in so far as he is the cause of man's existence.

This, and other matters which we have already proved, seem to have been signifieded by Moses in the history of the first man. For in that narrative no other power of God is conceived, save that whereby he created man, that is the power wherewith he provided solely for man's advantage; it is stated that God forbade man, being free, to eat of the tree of the knowledge of good and evil, and that, as soon as man should have eaten of it, he would straightway fear death rather than desire to live. Further, it is written that when man had found a wife, who was in entire harmony with his nature, he knew that there could be nothing in nature which could be more useful to him; but that after he believed the beasts to be like himself, he straightway began to imitate their emotions (III. xxvii.), and to lose his freedom; this freedom was afterwards recovered by the patriarchs, led by the spirit of Christ; that is, by the idea of God, whereon alone it depends, that man may be free, and desire for others the good which he desires for himself, as we have shown above (IV. xxxvii.).

Elements in Which 4P68 is Used

N/A