Individual Elements

←4P58
4P60→

4P59

Elements Used in 4P59
  1. 3p3  4P59d
  2. 3d2  4P59d
  3. 4p41  4P59d
  4. 4p43  4P59d
  5. 3daiv  4P59d
  6. 3dai  4P59d
  7. 4p45c1  4P59a
  8. 4p19  4P59a

Ad omnes actiones ad quas ex affectu qui passio est, determinamur, possumus absque eo a ratione determinari.

DEMONSTRATIO: Ex ratione agere nihil aliud est (per propositionem 3 et definitionem 2 partis III) quam ea agere quæ ex necessitate nostræ naturæ in se sola consideratæ sequuntur. At tristitia eatenus mala est quatenus hanc agendi potentiam minuit vel coercet (per propositionem 41 hujus); ergo ex hoc affectu ad nullam actionem possumus determinari quam non possemus agere si ratione duceremur. Præterea lætitia eatenus mala est quatenus impedit quominus homo ad agendum sit aptus (per propositiones 41 et 43 hujus) atque adeo eatenus etiam ad nullam actionem determinari possumus quam non possemus agere si ratione duceremur. Denique quatenus lætitia bona est eatenus cum ratione convenit (consistit enim in eo quod hominis agendi potentia augetur vel juvatur) nec passio est nisi quatenus hominis agendi potentia non eo usque augetur ut se suasque actiones adæquate concipiat (per propositionem 3 partis III cum ejus scholio). Quare si homo lætitia affectus ad tantam perfectionem duceretur ut se suasque actiones adæquate conciperet, ad easdem actiones ad quas jam ex affectibus qui passiones sunt, determinatur, aptus, imo aptior esset. At omnes affectus ad lætitiam, tristitiam vel cupiditatem referuntur (vide explicationem quartæ affectuum definitionis) et cupiditas (per 1 affectuum definitionem) nihil aliud est quam ipse agendi conatus; ergo ad omnes actiones ad quas ex affectu qui passio est, determinamur, possumus absque eo sola ratione duci. Q.E.D.

ALITER: Actio quæcunque eatenus dicitur mala quatenus ex eo oritur quod odio aut aliquo malo affectu affecti sumus (vide corollarium I propositionis 45 hujus). At nulla actio in se sola considerata bona aut mala est (ut in præfatione hujus ostendimus) sed una eademque actio jam bona jam mala est; ergo ad eandem actionem quæ jam mala est sive quæ ex aliquo malo affectu oritur, ratione duci possumus (per propositionem 19 hujus). Q.E.D.

SCHOLIUM: Explicantur hæc clarius exemplo. Nempe verberandi actio quatenus physice consideratur et ad hoc tantum attendimus quod homo brachium tollit, manum claudit totumque brachium vi deorsum movet, virtus est quæ ex corporis humani fabrica concipitur. Si itaque homo ira vel odio commotus determinatur ad claudendam manum vel brachium movendum, id ut in parte secunda ostendimus, fit quia una eademque actio potest jungi quibuscunque rerum imaginibus atque adeo tam ex iis imaginibus rerum quas confuse quam quas clare et distincte concipimus, ad unam eandemque actionem determinari possumus. Apparet itaque quod omnis cupiditas quæ ex affectu qui passio est, oritur, nullius esset usus si homines ratione duci possent. Videamus jam cur cupiditas quæ ex affectu qui passio est, oritur, cæca a nobis appellatur.

Wy konnen tot alle de doeningen, tot de welken wy door enig hartstocht, die een lijding is, worden bepaalt, zonder deze hartstocht, door de reden bepaalt worden.

Betoging.--Uit de reden te werken is niets anders, (volgens de darde Voorstelling, en de tweede Bepaling van 't darde deel) dan die dingen te doen, de welken uit de nootzakelijkheit van onze natuur, in zich alleen aangemerkt, volgen: Maar de droefheit is voor zo veel quaat, als zy dit vermogen van te werken vermindert, of intoomt; (volgens d' eenënveertigste Voorstelling van dit deel: dieshalven, wy konnen door deze hartstocht tot geen werking bepaalt worden, die wy niet zouden doen, zo wy door reden geleid wierden. Wijders, de blijschap is alleenlijk voor zo veel quaat, als zy maakt dat de mensch minder tot werken bequaam is; volgens d'een- en drieënveertigste Voorstellingen in dit deel: en dieshalven konnen wy dus verre ook tot geen doening bepaalt worden, die wy niet zouden konnen doen, zo wy door reden geleid wierden. Eindelijk, voor zo veel de blijschap goet is, voor zo veel koomt zy met de reden overëen: want zy bestaat hier in, dat zy des menschen vermogen van te werken vermeerdert, of bevordert. Zy is ook geen lijding, dan voor zo veel zy des menschen vermogen van te werken niet zo verre vermeerdert, dat hy zich zelf, en zijn doeningen evenmatiglijk bevat; volgens de darde Voorstelling van 't darde deel, met der zelfder Byvoegsel. Dieshalven, indien de mensch, van blijschap aangedaan, tot zulk een grote volmaaktheit geleid wierd, dat hy zich zelf, en zijn doeningen evenmatiglijk begreep, zo zou hy tot de zelfde doeningen, tot de welken hy nu door de hartstochten, die lijdingen zijn, bepaalt word, bequaam, ja bequamer wezen. Maar alle hartstochten worden tot blijschap, droefheit, of begeerte toegepast: (bezie de Verklaring van de vierde Bepaling der hartstochten) en de begeerte (volgens d'eerste Bepaling der hartstochten) is niets anders, dan de poging zelve van te werken: dieshalven, wy konnen tot alle doeningen, tot de welken wy door enige hartstocht, die een lijding is, worden bepaalt, zonder deze hartstocht, door de reden alleen, bepaalt worden; 't welk te betogen stond.

Anders.--Alle werking word voor zo veel quaat gezegt, als daar uit spruit, dat wy met haat, of met enige quade hartstocht aangedaan zijn; bezie d'eerste Toegift van de vijfënveertigste Voorstelling in dit deel: Geen werking, in zich zelve aangemerkt, is goet, of quaat; gelijk wy in de voorreeden van dit deel getoont hebben) maar een, en de zelfde werking is nu goet, dan quaat: dieshalven, wy konnen tot de zelfde werking, die nu quaat is, of die uit enige quade hartstocht spruit, door de reden geleid worden; volgens de negentiende Voorstelling van dit deel: 't welk het voorgestelde was.

Byvoegsel.--Deze dingen worden klarelijker door een voorbeelt verklaart. De doening van te slaan, voor zo veel zy naturelijk aangemerkt word, en voor zo veel wy alleenlijk hier op merken, dat de mensch zijn arm opheft, de hant sluit, en de gehele arm met kracht nederwaarts drijft, is een deucht, die uit het gebou van 't menschelijk lighaam bevat word. Indien dan de mensch, door gramschap, of haat bewogen, bepaalt word tot de hant te sluiten, of d' arm te bewegen, zo geschied dit (gelijk wy in het tweede deel getoont hebben) om dat een en de zelfde doening by alle beelden der dingen gevoegt kan worden; en dieshalven konnen wy, zo wel door die beelden der dingen, de welken wy verwardelijk, als uit de genen, die wy klarelijk en onderscheidelijk bevatten, tot een en de zelfde doening bepaalt worden. Het blijkt dan dat alle begeerte, die uit een hartstocht spruit, de welk een lijding is, van geen gebruik zou zijn, zo de menschen door reden geleid konden worden. Laat ons nu bezien waaröm de begeerte, die uit een hartstocht spruit, de welk een lijding is, van ons blint genoemt word.

To all the actions, whereto we are determined by emotion wherein the mind is passive; we can be determined without emotion by reason.

Proof.--To act rationally, is nothing else (III. iii. and Def. ii.) but to perform those actions, which follow from the necessity, of our nature considered in itself alone. But pain is bad, in so far as it diminishes or checks the power of action (IV. xli.); wherefore we cannot by pain be determined to any action, which we should be unable to perform under the guidance of reason. Again, pleasure is bad only in so far as it hinders a man's capability for action (IV. xli. xliii.); therefore to this extent we could not be determined by it to any action, which we could not perform under the guidance of reason. Lastly, pleasure, in so far as it is good, is in harmony with reason (for it consists in the fact that a man's capability for action is increased or aided); nor is the mind passive therein, except in so far as a man's power of action is not increased to the extent of affording him an adequate conception of himself and his actions (III. iii., and note).

Wherefore, if a man who is pleasurably affected be brought to such a state of perfection, that he gains an adequate conception of himself and his own actions, he will be equally, nay more, capable of those actions, to which he is determined by emotion wherein the mind is passive. But all emotions are attributable to pleasure, to pain, or to desire (Def. of the Emotions, iv. explanation); and desire (Def. of the Emotions, i.) is nothing else but the attempt to act; therefore, to all actions, &c. Q.E.D.

Another Proof.--A given action is called bad, in so far as it arises from one being affected by hatred or any evil emotion. But no action, considered in itself alone, is either good or bad (as we pointed out in the preface to Pt. IV.), one and the same action being sometimes good, sometimes bad; wherefore to the action which is sometimes bad, or arises from some evil emotion, we may be led by reason (IV. xix.). Q.E.D.

Note.--An example will put this point in a clearer light. The action of striking, in so far as it is considered physically, and in so far as we merely look to the fact that a man raises his arm, clenches his fist, and moves his whole arm violently downwards, is a virtue or excellence which is conceived as proper to the structure of the human body. If, then, a man, moved by anger or hatred, is led to clench his fist or to move his arm, this result takes place (as we showed in Pt. II.), because one and the same action can be associated with various mental images of things; therefore we may be determined to the performance of one and the same action by confused ideas, or by clear and distinct ideas. Hence it is evident that every desire which springs from emotion, wherein the mind is passive, would become useless, if men could be guided by reason. Let us now see why desire which arises from emotion, wherein the mind is passive, is called by us blind.

Elements in Which 4P59 is Used
  1. 4P59  5p4s