Individual Elements

←4P53
4P55→

4P54

Elements Used in 4P54
  1. 3daxxvi  4P54d
  2. 3p7  4P54d
  3. 3p55  4P54d
  4. 4p26  4P54d
  5. 3daxxvii  4P54d

Pœnitentia virtus non est sive ex ratione non oritur sed is quem facti pœnitet, bis miser seu impotens est.

DEMONSTRATIO: Hujus prima pars demonstratur ut præcedens propositio. Secunda autem ex sola hujus affectus definitione (vide 27 affectuum definitionem) patet. Nam primo prava cupiditate, dein tristitia vinci se patitur.

SCHOLIUM: Quia homines raro ex dictamine rationis vivunt, ideo hi duo affectus nempe humilitas et pœnitentia et præter hos spes et metus plus utilitatis quam damni afferunt atque adeo quandoquidem peccandum est, in istam partem potius peccandum. Nam si homines animo impotentes æque omnes superbirent, nullius rei ipsos puderet nec ipsi quicquam metuerent, qui vinculis conjungi constringique possent? Terret vulgus nisi metuat; quare non mirum quod prophetæ qui non paucorum sed communi utilitati consuluerunt, tantopere humilitatem, pœnitentiam et reverentiam commendaverint. Et revera qui hisce affectibus sunt obnoxii, multo facilius quam alii duci possunt ut tandem ex ductu rationis vivant hoc est ut liberi sint et beatorum vita fruantur.

Berou is geen deucht; en spruit niet uit reden: maar de geen, die berou van zijn bedrijf heeft, is dubbelt elendig, of onvermogende.

Betoging.--Het eerste deel hier af word gelijk de voorgaande Voorstelling betoogt; en het tweede blijkt alleenlijk uit de Bepaling van deze hartstocht; bezie de zevenëntwintigste Bepaling der hartstochten. Want voorëerst lijd hy dat hy door een bedorve begeerte, en daar na door droefheit verwonnen word.

Byvoegsel.--Dewijl de menschen zelden naar 't Voorschrift der reden leven, zo brengen deze twee hartstochten, namentlijk nederigheit en berou, en, behalven dezen, de hoop en vrees, meer nuttigheit, dan schade aan; en dieshalven heeft men, als men doch zondigen moet, liever over deze zijde te zondigen. Want indien de menschen, onmachtig om hun gemoed te bedwingen, alle even verwaant waren, zich niets schaamden, en niets vreesden; met welke banden zouden zy dan te zamen gevoegt, en bedwongen konnen worden? De menigte is verschrikkelijk; zo zy niet vreest. 't Is dieshalven geen wonder dat de Profeten, die niet voor de welstant van weinigen, maar voor 't gemeen nut gezorgt hebben, de nederigheit, het berou,--en d' eerbiedigheit zo hoog aanbevolen hebben. En zeker, de genen, die deze hartstochten onderworpen zijn, konnen veel lichtelijker, dan anderen, bewogen worden om eindelijk naar 't beleit der reden te leven, dat is, om vry te zijn, en 't leven der zaligen te genieten.

Repentance is not a virtue, or does not arise from reason; but he who repents of an action is doubly wretched or infirm.

Proof.--The first part of this proposition is proved like the foregoing one. The second part is proved from the mere definition of the emotion in question (Def. of the Emotions, xxvii.). For the man allows himself to be overcome, first, by evil desires; secondly, by pain.

Note.--As men seldom live under the guidance of reason, these two emotions, namely, Humility and Repentance, as also Hope and Fear, bring more good than harm; hence, as we must sin, we had better sin in that direction. For, if all men who are a prey to emotion were all equally proud, they would shrink from nothing, and would fear nothing; how then could they be joined and linked together in bonds of union? The crowd plays the tyrant, when it is not in fear; hence we need not wonder that the prophets, who consulted the good, not of a few, but of all, so strenuously commended Humility, Repentance, and Reverence. Indeed those who are a prey to these emotions may be led much more easily than others to live under the guidance of reason, that is, to become free and to enjoy the life of the blessed.

Elements in Which 4P54 is Used

N/A