Individual Elements

←4P49
4P51→

4P50

Elements Used in 4P50
  1. 3daxviii  4P50d
  2. 4p41  4P50d
  3. 3p27c3  4P50d
  4. 4p37  4P50d
  5. 4p27  4P50d
  6. 3p27  4P50s

Commiseratio in homine qui ex ductu rationis vivit, per se mala et inutilis est.

DEMONSTRATIO: Commiseratio enim (per 18 affectuum definitionem) tristitia est ac proinde (per propositionem 41 hujus) per se mala; bonum autem quod ex ea sequitur, quod scilicet hominem cujus nos miseret, a miseria liberare conamur (per corollarium III propositionis 27 partis III) ex solo rationis dictamine facere cupimus (per propositionem 37 hujus) nec nisi ex solo rationis dictamine aliquid quod certo scimus bonum esse, agere possumus (per propositionem 27 hujus) atque adeo commiseratio in homine qui ex ductu rationis vivit, per se mala est et inutilis. Q.E.D.

COROLLARIUM: Hinc sequitur quod homo qui ex dictamine rationis vivit, conatur quantum potest efficere ne commiseratione tangatur.

SCHOLIUM: Qui recte novit omnia ex naturæ divinæ necessitate sequi et secundum æternas naturæ leges et regulas fieri, is sane nihil reperiet quod odio, risu aut contemptu dignum sit nec cujusquam miserebitur sed quantum humana fert virtus, conabitur bene agere ut aiunt et lætari. Huc accedit quod is qui commiserationis affectu facile tangitur et alterius miseria vel lacrimis movetur, sæpe aliquid agit cujus postea ipsum pœnitet tam quia ex affectu nihil agimus quod certo scimus bonum esse quam quia facile falsis lacrimis decipimur. Atque hic expresse loquor de homine qui ex ductu rationis vivit. Nam qui nec ratione nec commiseratione movetur ut aliis auxilio sit, is recte inhumanus appellatur. Nam (per propositionem 27 partis III) homini dissimilis esse videtur.

Het Medelijden in een mensch, die naar 't beleit der reden leeft, is uit zich zelve quaat, en onnut.

Betoging.--Want het medelijden (volgens d' achtiende Bepaling der hartstochten) is een droefheit, en dieshalven (volgens d' eenënveertigste Voorstelling van dit deel) uit zich zelve quaat. Wat het goet aangaat, 't welk daar uit volgt, namelijk dat wy de mensch, met de welk wy medelijden hebben, van d'elende pogen te verlossen, (volgens de darde Toegift van de zevenëntwintigste Voorstelling in 't darde deel) wy begeren het zelfde alleenlijk uit de voorspelling der reden te doen, (volgens de zevenëndartigste Voorstelling in dit deel) en konnen niet iets doen, 't welk wy zekerlijk weten goet te wezen, dan volgens d'enige voorspelling van de reden; volgens de zevenëntwintigste Voorstelling van dit deel: en dieshalven, het medelijden in een mensch, die naar 't beleit der reden leeft, is uit zich zelve quaat, en onnut; 't welk te betogen was.

Toegift.--Hier uit volgt, dat de mensch, die naar de voorspelling der reden leeft, poogt, zo veel als hem mogelijk is, te weech te brengen, dat hy niet van medelijden geraakt zal worden.

Byvoegsel.--De geen, die wel en recht weet, dat alle dingen uit nootzakelijkheit van de goddelijke natuur volgen, en volgens eeuwige wetten en regelen der natuur geschieden, zal warelijk niets vinden, dat haat, gelach, of versmading waerdig is, noch met iemant medelijden hebben; maar, zo veel de menschelijke deucht meêbrengt, pogen wel te doen, (gelijk men zegt) en vrolijk te wezen. Hier koomt noch by, dat de geen, die lichtelijk van de hartstocht van medelijden geraakt, en door eens anders elende, of tranen bewogen word, dikwijls iets doet, daar af hy namaals berou heeft: zo om dat wy niets uit hartstocht doen, 't welk wy zekerlijk weten goet te wezen, als om dat wy door valsche tranen lichtelijk bedrogen worden. Ik spreek hier uitdrukkelijk van die mensch, de welk naar 't beleit van de reden leeft: want de geen, die noch door reden, noch door medelijden bewogen word om aan anderen behulpsaam te zijn, word met recht onmenschelijk, of ontmenscht genoemt; dewijl hy (vol---gens de zevenëntwintigste Voorstelling in het darde deel) den mensch ongelijk schijnt te wezen, of alle menschelijkheit uitgetrokken te hebben.

Pity, in a man who lives under the guidance of reason, is in itself bad and useless.

Proof.--Pity (Def. of the Emotions, xviii.) is a pain, and therefore (IV. xli.) is in itself bad. The good effect which follows, namely, our endeavour to free the object of our pity from misery, is an action which we desire to do solely at the dictation of reason (IV. xxxvii.); only at the dictation of reason are we able to perform any action, which we know for certain to be good (IV. xxvii.); thus, in a man who lives under the guidance of reason, pity in itself is useless and bad. Q.E.D.

Note.--He who rightly realizes, that all things follow from the necessity of the divine nature, and come to pass in accordance with the eternal laws and rules of nature, will not find anything worthy of hatred, derision, or contempt, nor will he bestow pity on anything, but to the utmost extent of human virtue he will endeavour to do well, as the saying is, and to rejoice. We may add, that he, who is easily touched with compassion, and is moved by another's sorrow or tears, often does something which he afterwards regrets; partly because we can never be sure that an action caused by emotion is good, partly because we are easily deceived by false tears. I am in this place expressly speaking of a man living under the guidance of reason. He who is moved to help others neither by reason nor by compassion, is rightly styled inhuman, for (III. xxvii.) he seems unlike a man.

Elements in Which 4P50 is Used
  1. 4P50s  4p73s