Individual Elements

←4P46
4P48→

4P47

Elements Used in 4P47
  1. 3daxiii  4P47d
  2. 3daxiiie  4P47d
  3. 4p41  4P47d
  4. 4p43  4P47d

Spei et metus affectus non possunt esse per se boni.

DEMONSTRATIO: Spei et metus affectus sine tristitia non dantur. Nam metus est (per 13 affectuum definitionem) tristitia et spes (vide explicationem 12 et 13 affectuum definitionum) non datur sine metu ac proinde (per propositionem 41 hujus) hi affectus non possunt esse per se boni sed tantum quatenus lætitiæ excessum coercere possunt (per propositionem 43 hujus) Q.E.D.

SCHOLIUM: Huc accedit quod hi affectus cognitionis defectum et mentis impotentiam indicant et hac de causa etiam securitas, desperatio, gaudium et conscientiæ morsus animi impotentis sunt signa. Nam quamvis securitas et gaudium affectus sint lætitiæ, tristitiam tamen eosdem præcessisse supponunt nempe spem et metum. Quo itaque magis ex ductu rationis vivere conamur eo magis spe minus pendere et metu nosmet liberare et fortunæ quantum possumus imperare conamur nostrasque actiones certo rationis consilio dirigere.

De hartstochten van hoop en vrees konnen uit zich zelven niet goet wezen.

Betoging.--De hartstochten van hoop en vrees zijn niet zonder droefheit: want de vrees (volgens de dartiende Bepaling der hartstochten) is een droefheit; en de hoop (bezie de verklaring van de twaalfde en dartiende der Bepalingen van de hartstochten) is niet zonder vrees: en dieshalven, (volgens d'eenënveertigste Voorstelling in dit deel) deze hartstochten konnen uit zich zelven niet goet zijn; maar alleen---lijk voor zo veel zy d'overmaat van blijschap konnen intomen; (volgens de drieënveertigste Voorstelling in dit deel) 't welk te betogen stond.

Byvoegsel.--Hier koomt noch by, dat deze hartstochten gebrek van kennis, en onvermogen van de ziel aanwijzen: en om deze oorzaak zijn de gerustheit, wanhoop, vreucht, en knaging van 't geweten tekenen van een onvermogend en zwak gemoed. Want hoewel de gerustheit en vreucht hartstochten van blijschap zijn, zo onderstellen zy echter dat'er droefheit voorgegaan is, te weten hoop en vrees. Hoe wy dan meer pogen naar 't beleit der reden te leven, hoe wy meer pogen weinig van hoop af te hangen, ons zelven van vrees t'ontslaan, en zo veel, als wy konnen, over 't geval te heerschen, en onze werking naar zekere berading der reden te stieren.

Emotions of hope and fear cannot be in themselves good.

Proof.--Emotions of hope and fear cannot exist without pain. For fear is pain (Def. of the Emotions, xiii.), and hope (Def. of the Emotions, Explanation xii. and xiii.) cannot exist without fear; therefore (IV. xli.) these emotions cannot be good in themselves, but only in so far as they can restrain excessive pleasure (IV. xliii.). Q.E.D.

Note.--We may add, that these emotions show defective knowledge and an absence of power in the mind; for the same reason confidence, despair, joy, and disappointment are signs of a want of mental power. For although confidence and joy are pleasurable emotions, they nevertheless imply a preceding pain, namely, hope and fear. Wherefore the more we endeavour to be guided by reason, the less do we depend on hope; we endeavour to free ourselves from fear, and, as far as we can, to dominate fortune, directing our actions by the sure counsels of wisdom.

Elements in Which 4P47 is Used

N/A