Individual Elements

←4P29
4P31→

4P30

Elements Used in 4P30
  1. 4p8  4P30d
  2. 3p11s  4P30d
  3. 3p4  4P30d
  4. 3p5  4P30d

Res nulla per id quod cum nostra natura commune habet, potest esse mala sed quatenus nobis mala est eatenus est nobis contraria.

DEMONSTRATIO: Id malum vocamus quod causa est tristitiæ (per propositionem 8 hujus) hoc est (per ejus definitionem, quam vide in scholio propositionis 11 partis III) quod nostram agendi potentiam minuit vel coercet. Si igitur res aliqua per id quod nobiscum habet commune, nobis esset mala, posset ergo res id ipsum quod nobiscum commune habet, minuere vel coercere, quod (per propositionem 4 partis III) est absurdum. Nulla igitur res per id quod nobiscum commune habet, potest nobis esse mala sed contra quatenus mala est hoc est (ut jam jam ostendimus) quatenus nostram agendi potentiam minuere vel coercere potest eatenus (per propositionem 5 partis III) nobis est contraria. Q.E.D.

Geen ding kan, volgens het geen, dat het met onze natuur--gemeen heeft quaat wezen: maar voor zo veel het quaat voor ons is, voor zo veel is het strijdig tegen ons.

Betoging.--Wy noemen dit quaat, 't welk oorzaak van droef heit is; (volgens d' achtste Voorstelling van dit deel) dat is, (volgens des zelfs Bepaling, die in 't Byvoegsel van d' elfde Voorstelling in 't darde deel te zien is) 't welk onz vermogen van te werken vermindert, of intoomt. Indien dan enig ding door dit, 't welk het met ons gemeen heeft, quaat aan ons kon wezen, zo zou het ding, dit zelfde, dat het met ons gemeen heeft, konnen verminderen, of intomen; 't welk (volgens de vierde Voorstelling van 't darde deel) ongerijmt is. Geen ding dan kan door dit, 't welk het met ons gemeen heeft, quaat aan ons wezen: maar, in tegendeel, voor zo veel het quaat is, dat is, (gelijk wy alreê getoont hebben) voor zo veel het onz vermogen van te werken kan verminderen, of intomen, voor zo veel (volgens de vijfde Voorstelling in het darde deel) is het strijdig tegen ons; 't welk te betogen stond.

A thing cannot be bad for us through the quality which it has in common with our nature, but it is bad for us in so far as it is contrary to our nature.

Proof.--We call a thing bad when it is the cause of pain (IV. viii.), that is (by the Def., which see in III. xi. note), when it diminishes or checks our power of action. Therefore, if anything were bad for us through that quality which it has in common with our nature, it would be able itself to diminish or check that which it has in common with our nature, which (III. iv.) is absurd. Wherefore nothing can be bad for us through that quality which it has in common with us, but, on the other hand, in so far as it is bad for us, that is (as we have just shown), in so far as it can diminish or check our power of action, it is contrary to our nature. Q.E.D.
Elements in Which 4P30 is Used
  1. 4P30  4p31d
  2. 4P30  4p34d
  3. 4P30  4p34s
  4. 4P30  5p10d
  5. 4P30  5p38d
  6. 4P30  5p39d