Individual Elements

←4P16
4P18→

4P17

Elements Used in 4P17
  1. 4p16  4P17d
  2. 4p12c  4P17d
  3. 4p9  4P17d
  4. 4p15  4P17d

Cupiditas quæ oritur ex vera boni et mali cognitione quatenus hæc circa res contingentes versatur, multo adhuc facilius cœrceri potest cupiditate rerum quæ præsentes sunt.

DEMONSTRATIO: Propositio hæc eodem modo ac propositio præcedens demonstratur ex corollario propositionis 12 hujus.

SCHOLIUM: His me causam ostendisse credo cur homines opinione magis quam vera ratione commoveantur et cur vera boni et mali cognitio animi commotiones excitet et sæpe omni libidinis generi cedat; unde illud poetæ natum : video meliora proboque, deteriora sequor. Quod idem etiam Ecclesiastes in mente habuisse videtur cum dixit : qui auget scientiam, auget dolorem. Atque hæc non eum in finem dico ut inde concludam præstabilius esse ignorare quam scire vel quod stulto intelligens in moderandis affectibus nihil intersit sed ideo quia necesse est nostræ naturæ tam potentiam quam impotentiam noscere ut determinare possimus quid ratio in moderandis affectibus possit et quid non possit et in hac parte de sola humana impotentia me acturum dixi. Nam de rationis in affectus potentia separatim agere constitui.

De begeerte, die uit de kennis van 't goet en quaat spruit, voor zo veel de zelfde omtrent de gebeurelijke dingen verkeert, kan noch veel lichtelijker door de begeerte der dingen, die tegenwoordig zijn, ingetoomt worden.

Betoging.--Dit word op de zelfde wijze, als de voorgaande Voorstelling, uit de Toegift van de twaalfde Voorstelling in dit deel betoogt.

Byvoegsel.--Ik acht dat ik hier door d' oorzaak heb getoont, om de welke de menschen meer door de waan, dan door de ware reden, bewogen worden, en waaröm de ware kennis van 't goet en quaat ontroerenissen des gemoeds verwekt, en dikwijls voor alderhande onkuisheit en ontucht wijkt; daar uit dit van de Dichter spruit: Ik zie en ken beter dingen, en volg de genen, die erger zijn. Hier op schijnt ook de Prediker gezien te hebben, toen hy gezegt heeft: Die wetenschap vermeerdert, vermeerdert moeite. Ik zeg dit echter niet met dit ooggemerk, dat ik daar uit wil besluiten, dat het beter is onkundig te wezen, dan te weten, of dat 'er, in 't bezadigen van de hartstochten, geen onderscheit tusschen de verstandige en dwaze is: maar alleenlijk hieröm, dat het nootzakelijk is zo wel het onvermogen, als het vermogen van onze natuur te kennen; op dat wy zouden konnen bepalen wat de reden in 't bezadigen van de hartstochten vermag, en niet vermag; en in dit deel heb ik gezegt dat ik alleenlijk van 't menschelijk onvermogen zou handelen: want ik heb voorgenomen bezonderlijk van de macht der reden op de hartstochten te spreken.

Desire arising from the true knowledge of good and evil, in so far as such knowledge is concerned with what is contingent, can be controlled far more easily still, than desire for things that are present.

Proof.--This Prop. is proved in the same way as the last Prop. from IV. xii. Coroll.

Note.--I think I have now shown the reason, why men are moved by opinion more readily than by true reason, why it is that the true knowledge of good and evil stirs up conflicts in the soul, and often yields to every kind of passion. This state of things gave rise to the exclamation of the poet:---- "The better path I gaze at and approve, The worse--I follow."

Ecclesiastes seems to have had the same thought in his mind, when he says, "He who increaseth knowledge increaseth sorrow." I have not written the above with the object of drawing the conclusion, that ignorance is more excellent than knowledge, or that a wise man is on a par with a fool in controlling his emotions, but because it is necessary to know the power and the infirmity of our nature, before we can determine what reason can do in restraining the emotions, and what is beyond her power. I have said, that in the present part I shall merely treat of human infirmity. The power of reason over the emotions I have settled to treat separately.

Elements in Which 4P17 is Used
  1. 4P17s  4p37s2