Individual Elements

←3P58
3DAI→

3P59

Elements Used in 3P59
  1. 3p11  3P59d
  2. 3p11s  3P59d
  3. 3p1  3P59d
  4. 3p58  3P59d

Inter omnes affectus qui ad mentem quatenus agit referuntur, nulli alii sunt quam qui ad lætitiam vel cupiditatem referuntur.

DEMONSTRATIO: Omnes affectus ad cupiditatem, lætitiam vel tristitiam referuntur ut eorum quas dedimus definitiones ostendunt. Per tristitiam autem intelligimus quod mentis cogitandi potentia minuitur vel coercetur (per propositionem 11 hujus et ejus scholium) adeoque mens quatenus contristatur eatenus ejus intelligendi hoc est ejus agendi potentia (per propositionem 1 hujus) minuitur vel coercetur adeoque nulli tristitiæ affectus ad mentem referri possunt quatenus agit sed tantum affectus lætitiæ et cupiditatis qui (per propositionem præcedentem) eatenus etiam ad mentem referuntur. Q.E.D.

SCHOLIUM: Omnes actiones quæ sequuntur ex affectibus qui ad mentem referuntur quatenus intelligit, ad fortitudinem refero quam in animositatem et generositatem distinguo. Nam per animositatem intelligo cupiditatem qua unusquisque conatur suum esse ex solo rationis dictamine conservare. Per generositatem autem cupiditatem intelligo qua unusquisque ex solo rationis dictamine conatur reliquos homines juvare et sibi amicitia jungere. Eas itaque actiones quæ solum agentis utile intendunt, ad animositatem et quæ alterius etiam utile intendunt ad generositatem refero. Temperantia igitur, sobrietas et animi in periculis præsentia etc. animositatis sunt species; modestia autem, clementia etc. species generositatis sunt. Atque his puto me præcipuos affectus animique fluctuationes quæ ex compositione trium primitivorum affectuum nempe cupiditatis, lætitiæ et tristitiæ oriuntur, explicuisse perque primas suas causas ostendisse. Ex quibus apparet nos a causis externis multis modis agitari nosque perinde ut maris undæ a contrariis ventis agitatæ fluctuari nostri eventus atque fati inscios. At dixi me præcipuos tantum, non omnes qui dari possunt animi conflictus ostendisse. Nam eadem via qua supra procedendo facile possumus ostendere amorem esse junctum pœnitentiæ, dedignationi, pudori etc. Imo unicuique ex jam dictis clare constare credo affectus tot modis alios cum aliis posse componi indeque tot variationes oriri ut nullo numero definiri queant. Sed ad meum institutum præcipuos tantum enumeravisse sufficit nam reliqui quos omisi plus curiositatis quam utilitatis haberent. Attamen de amore hoc notandum restat quod scilicet sæpissime contingit dum re quam appetebamus fruimur, ut corpus ex ea fruitione novam acquirat constitutionem a qua aliter determinatur et aliæ rerum imagines in eo excitantur et simul mens alia imaginari aliaque cupere incipit. Exempli gratia cum aliquid quod nos sapore delectare solet, imaginamur, eodem frui nempe comedere cupimus. At quamdiu eodem sic fruimur, stomachus adimpletur corpusque aliter constituitur. Si igitur corpore jam aliter disposito ejusdem cibi imago quia ipse præsens adest, fomentetur et consequenter conatus etiam sive cupiditas eundem comedendi, huic cupiditati seu conatui nova illa constitutio repugnabit et consequenter cibi quem appetebamus, præsentia odiosa erit et hoc est quod fastidium et tædium vocamus. Cæterum corporis affectiones externas quæ in affectibus observantur, ut sunt tremor, livor, singultus, risus etc. neglexi quia ad solum corpus absque ulla ad mentem relatione referuntur. Denique de affectuum definitionibus quædam notanda sunt, quas propterea hic ordine repetam et quid in unaquaque observandum est, iisdem interponam.

Alle de hartstochten, die tot de ziel toegepast worden, voor zo veel zy doet, of werkt, zijn geen anderen, dan die tot de blijschap, of tot de begeerte toegepast worden.

Betoging.--Alle de hartstochten worden tot de begeerte, blijschap, of droef heit toegepast; gelijk de Bepalingen, die wy daar af gegeven hebben, aanwijzen. Maar by droef heit verstaan wy het geen, dat het vermogen van de ziel om te denken vermindert, of intoomt; volgens d' elfde Voorstelling in dit deel, en het Byvoegsel daar op: in voegen dat, voor zo veel de ziel zich bedroeft, ook haar vermogen van te verstaan, dat is haar vermogen van te doen, (volgens d'eerste Voorstelling in dit deel) vermindert en ingetoomt word; en dieshalven konnen geen hartstochten van droef heit tot de ziel toegepast worden, voor zo veel zy doet, dan alleenlijk de hartstochten van blijschap en begeerte, die (volgens de voorgaande Voorstelling) ook dus verre tot de ziel toegepast worden; 't welk te betogen stond.

Byvoegsel.--Alle doeningen, die uit de hartstochten volgen, de welken tot de ziel toegepast worden, voor zo veel zy verstaat, pas ik op de vroomheit toe, die ik in kloekmoedigheit en edelmoedigheit onderscheid. Want by kloekmoedigheit versta ik de begeerte, door de welke yder poogt zijn wezen, alleenlijk volgens de voorspelling van de reden, te bewaren. Maar by edelmoedigheit versta ik de begeerte, door de welke yder, alleenlijk volgens de voorspelling van de reden, poogt d'andere menschen te helpen, en door vrientschap aan zich te verbinden. Ik pas dan die doeningen, de welken alleenlijk op het nut van de doender zien, op de kloekmoedigheit, en de genen, die ook op eens anders nut zien, op d'edelmoedigheit toe. De matigheit dan, soberheit, onbeteutertheit des gemoeds in de gevarelijkheden, enz. zijn soorten, of gedaanten van kloekmoedigheit. Maar de zedigheit, goedertierentheit, enz. zijn soorten, of gedaanten van edelmoedigheit. Hier mede meen ik de voornaamste hartstochten, en de vlotheden des gemoeds, die uit de samenzetting der drie eerste en oorspronkelijke hartstochten (namelijk van begeerte, blijschap en liefde) spruiten, verklaart, en door hun eerste oorzaken getoont te hebben; uit de welken blijkt dat wy door d'uitterlijke oorzaken op veelderhande wijzen gedreven en bewogen worden, en dat wy dieshalven, gelijk de golven der zee, van strijdige winden bewogen, en omgefolt worden, zonder dat wy kennis van onze uitgang en lot hebben. Ik heb gezegt dat ik alleenlijk de voornaamste hartstochten, niet alle de strijden des gemoeds, die gelevert konnen worden, getoont heb. Want wy, op de zelfde wijze, als te voren, voortgaande, konnen lichtelijk tonen dat de liefde aan berou, veröntwaerdiging, schaamte enz. gevoegt is. Ja ik geloof dat uit het geen, 't welk nu gezegt is, klarelijk blijkt dat deze hartstochten op zo veelderhande wijzen met anderen te zamen gezet konnen worden, en dat daar uit zo veel veränderingen spruiten, dat zy in geen getal bepaalt konnen worden. Maar tot mijn ooggemerk is genoech dat ik alleenlijk de voornaamsten opgetelt heb. Want d'anderen, die ik voorby gegaan ben, hebben meer keurlijkheit, dan nuttigheit. Doch van de liefde is noch dit overig t'aanmerken; namelijk dat het zeer dikwils gebeurt dat, terwijl wy de zaak, die wy begeren, genieten, het lighaam uit deze genieting een nieuwe gesteltheit verkrijgt, door de welke het anders bepaalt word, en andere beelden der dingen daar in verwekt worden, en dat de ziel te gelijk andere dingen begint in te beelden, en anderen te begeren. Tot een voorbeelt, als wy ons iets, dat gemenelijk aangenaam aan onze smaak is, inbeelden, zo begeren wy het zelfde te nuttigen, dat is t' eten. Maar terwijl wy het zelfde dus nuttigen, zo word de maag vol, en het lighaam anders gestelt. Indien dan, terwijl het lighaam anders gestelt is, het beelt van de zelfde spijs, om dat zy tegenwoordig is, gevoed en aangequeekt word, en by gevolg ook de poging, of de lust van de zelfde t' eten, zo zal deze nieuwe gesteltheit tegen deze poging, of begeerte strijden; en by gevolg zal de tegenwoordigheit der spijs, die wy begeerden, lastig zijn; en dit is het geen, dat wy walging en zadheit noemen. Wat voorts d'uitterlijke aandoeningen des lighaams aangaan, die in de hartstochten bespeurt worden, te weten de siddering, verbleeking, hik, gelach enz. ik heb hen overgeslagen, om dat zy tot het lighaam alleen, zonder enige betrekking tot de ziel, toegepast worden. Eindelijk, van de bepalingen der hartstochten staan enige dingen aan te merken, die ik dieshalven hier weêr in ordening zal optellen, en het geen, dat in yder waar te nemen is, daar tusschen voegen.

Among all the emotions attributable to the mind as active, there are none which cannot be referred to pleasure or desire.

Proof.--All emotions can be referred to desire, pleasure, or pain, as their definitions, already given, show. Now by pain we mean that the mind's power of thinking is diminished or checked (III. xi. and note); therefore, in so far as the mind feels pain, its power of understanding, that is, of activity, is diminished or checked (III. i.); therefore, no painful emotions can be attributed to the mind in virtue of its being active, but only emotions of pleasure and desire, which (by the last Prop.) are attributable to the mind in that condition. Q.E.D.

Note.--All actions following from emotion, which are attributable to the mind in virtue of its understanding, I set down to strength of character (fortitudo), which I divide into courage (animositas) and highmindedness (generositas). By courage I mean the desire whereby every man strives to preserve his own being in accordance solely with the dictates of reason. By highmindedness I mean the desire whereby every man endeavours, solely under the dictates of reason, to aid other men and to unite them to himself in friendship. Those actions, therefore, which have regard solely to the good of the agent I set down to courage, those which aim at the good of others I set down to highmindedness. Thus temperance, sobriety, and presence of mind in danger, &c., are varieties of courage; courtesy, mercy, &c., are varieties of highmindedness.

I think I have thus explained, and displayed through their primary causes the principal emotions and vacillations of spirit, which arise from the combination of the three primary emotions, to wit, desire, pleasure, and pain. It is evident from what I have said, that we are in many ways driven about by external causes, and that like waves of the sea driven by contrary winds we toss to and fro unwitting of the issue and of our fate. But I have said, that I have only set forth the chief conflicting emotions, not all that might be given. For, by proceeding in the same way as above, we can easily show that love is united to repentance, scorn, shame, &c. I think everyone will agree from what has been said, that the emotions may be compounded one with another in so many ways, and so many variations may arise therefrom, as to exceed all possibility of computation. However, for my purpose, it is enough to have enumerated the most important; to reckon up the rest which I have omitted would be more curious than profitable. It remains to remark concerning love, that it very often happens that while we are enjoying a thing which we longed for, the body, from the act of enjoyment, acquires a new disposition, whereby it is determined in another way, other images of things are aroused in it, and the mind begins to conceive and desire something fresh. For example, when we conceive something which generally delights us with its flavour, we desire to enjoy, that is, to eat it. But whilst we are thus enjoying it, the stomach is filled and the body is otherwise disposed. If, therefore, when the body is thus otherwise disposed, the image of the food which is present be stimulated, and consequently the endeavour or desire to eat it be stimulated also, the new disposition of the body will feel repugnance to the desire or attempt, and consequently the presence of the food which we formerly longed for will become odious. This revulsion of feeling is called satiety or weariness. For the rest, I have neglected the outward modifications of the body observable in emotions, such, for instance, as trembling, pallor, sobbing, laughter, &c., for these are attributable to the body only, without any reference to the mind. Lastly, the definitions of the emotions require to be supplemented in a few points; I will therefore repeat them, interpolating such observations as I think should here and there be added.

Elements in Which 3P59 is Used
  1. 3P59  4p34d
  2. 3P59s  4p46d
  3. 3P59  4p51d
  4. 3P59  4p63d
  5. 3P59  4p63cd
  6. 3P59s  4p69d
  7. 3P59s  4p69s
  8. 3P59s  4p73s
  9. 3P59  5p10s
  10. 3P59  5p18d
  11. 3P59  5p18s
  12. 3P59  5p42d