Individual Elements

←3P48
3P50→

3P49

Elements Used in 3P49
  1. 1d7  3P49d
  2. 3p13s  3P49d
  3. 3p48  3P49d
  4. 3p27  3P49s
  5. 3p34  3P49s
  6. 3p40  3P49s
  7. 3p43  3P49s

Amor et odium erga rem quam liberam esse imaginamur, major ex pari causa uterque debet esse quam erga necessariam.

DEMONSTRATIO: Res quam liberam esse imaginamur, debet (per definitionem 7 partis I) per se absque aliis percipi. Si igitur eandem lætitiæ vel tristitiæ causam esse imaginemur, eo ipso (per scholium propositionis 13 hujus) eandem amabimus vel odio habebimus idque (per propositionem præcedentem) summo amore vel odio qui ex dato affectu oriri potest. Sed si rem quæ ejusdem affectus est causa ut necessariam imaginemur, tum (per eandem definitionem 7 partis I) ipsam non solam sed cum aliis ejusdem affectus causam esse imaginabimur atque adeo (per propositionem præcedentem) amor et odium erga ipsam minor erit. Q.E.D.

SCHOLIUM: Hinc sequitur homines, quia se liberos esse existimant, majore amore vel odio se invicem prosequi quam alia; ad quod accedit affectuum imitatio, de qua vide propositiones 27, 34, 40 et 43 hujus.

De liefde en haat tot een zaak, die wy ons inbeelden vry te zijn, moeten uit gelijke oorzaak beide groter wezen, dan tot een, die nootzakelijk is.

Betoging.--De zaak, die wy ons inbeelden vry te zijn, moet (volgens de zevende Bepaling van 't eerste deel) door zich, zonder anderen, bevat worden. Indien wy ons dan inbeelden dat de zelfde d' oorzaak van blijschap, of droefheit is, zo zullen wy daaröm (volgens het Byvoegsel van de dartiende Voorstelling) de zelfde beminnen, of haten; en dit (volgens de voorgaande Voorstelling) met de grootste liefde, of haat, de welk uit een gestelde hartstocht kan voortkomen. Maar indien wy ons de zaak, die oorzaak van de zelfde hartstocht is, als nootzakelijk inbeelden, zo zullen wy (volgens de zevende Bepaling van het eerste deel) ons de zelfde niet alleen, maar met anderen, oorzaak van de zelfde hartstocht inbeelden; en dieshalven zal (volgens de voorgaande Voorstelling) de liefde en haat tot de zelfde minder zijn; 't welk te betogen stond.

Byvoegsel.--Hier uit volgt dat de menschen, om dat zy zich vry achten te wezen, malkander met groter liefde, of haat vervolgen, dan d' andere dingen; daar noch de navolging der hartstochten bykoomt. Bezie hier af de zevenëntwintigste, vierëndartigste, veertigste en drieenveertigste Voorstelling van dit deel.

Love or hatred towards a thing, which we conceive to be free, must, other conditions being similar, be greater than if it were felt towards a thing acting by necessity.

Proof.--A thing which we conceive as free must (I. Def. vii.) be perceived through itself without anything else. If, therefore, we conceive it as the cause of pleasure or pain, we shall therefore (III. xiii. note) love it or hate it, and shall do so with the utmost love or hatred that can arise from the given emotion. But if the thing which causes the emotion be conceived as acting by necessity, we shall then (by the same Def. vii. Part I.) conceive it not as the sole cause, but as one of the causes of the emotion, and therefore our love or hatred towards it will be less. Q.E.D.

Note.--Hence it follows, that men, thinking themselves to be free, feel more love or hatred towards one another than towards anything else: to this consideration we must add the imitation of emotions treated of in III. xxvii., xxxiv., xl. and xliii.

Elements in Which 3P49 is Used
  1. 3P49  3p51s
  2. 3P49  5p5d