Individual Elements

←3P43
3P45→

3P44

Elements Used in 3P44
  1. 3p13s  3P44d
  2. 3p28  3P44d
  3. 3p21  3P44d
  4. 3p37  3P44d
  5. 3p33  3P44d
  6. 3p13c  3P44d
  7. 3p23  3P44d
  8. 3p6  3P44s

Odium quod amore plane vincitur in amorem transit et amor propterea major est quam si odium non præcessisset.

DEMONSTRATIO: Eodem modo procedit ac propositionis 38 hujus. Nam qui rem quam odit sive quam cum tristitia contemplari solebat, amare incipit, eo ipso quod amat, lætatur et huic lætitiæ quam amor involvit (vide ejus definitionem in scholio propositionis 13 hujus) illa etiam accedit quæ ex eo oritur quod conatus amovendi tristitiam quam odium involvit (ut in propositione 37 hujus ostendimus) prorsus juvatur concomitante idea ejus quem odio habuit tanquam causa.

SCHOLIUM: Quamvis res ita se habeat, nemo tamen conabitur rem aliquam odio habere vel tristitia affici ut majore hac lætitia fruatur hoc est nemo spe damnum recuperandi damnum sibi inferri cupiet nec ægrotare desiderabit spe convalescendi. Nam unusquisque suum esse conservare et tristitiam quantum potest amovere semper conabitur. Quod si contra concipi posset hominem posse cupere aliquem odio habere ut eum postea majore amore prosequatur, tum eundem odio habere semper desiderabit. Nam quo odium majus fuerit, eo amor erit major atque adeo desiderabit semper ut odium magis magisque augeatur et eadem de causa homo magis ac magis ægrotare conabitur ut majore lætitia ex restauranda valetudine postea fruatur atque adeo semper ægrotare conabitur, quod (per propositionem 6 hujus) est absurdum.

De haat, die van de liefde gantschelijk word verwonnen, gaat tot liefde over; en dieshalven is de liefde groter, dan of de haat niet voorgegaan was.

Betoging.--De Betoging hier afgaat op de zelfde wijze voort, als de gene van d'achtëndartigste Voorstelling in dit deel. Want de geen, die de zaak, de welk hy haat, of die hy met droefheit plag t' aanschouwen, begint te beminnen, verblijd zich daaröm, dat hy haar bemint; en by deze blijschap, de welke van de liefde ingesloten word, (bezie der zelfder Bepaling in 't Byvoegsel van de dartiende Voorstelling in dit deel) komt ook de gene by, die hier uit spruit, dat de poging om de droef heit te verdrijven, die de haat in zich sluit (gelijk wy in de zevenëndartigste Voorstelling van dit deel vertoont hebben) ganschelijk geholpen word, terwijl het denkbeelt van de geen, die hy haatte, als d' oorzaak, daar by is.

Byvoegsel.--Hoewel het met de zaak dus is gelegen, zo zal echter niemant pogen enig ding te haten, of dat het met droefheit aangedaan word, om deze groter blijschap te genieten: dat is, niemant zal, op hoop van de schade te vergoeden, begeren zich zelf schade aan te doen, noch wenschen ziek te zijn, op hoop van weêr gezont te worden. Want yder zal altijt pogen zijn wezen te behouden, en de droefheit, zo veel als hem mogelijk is, te verdrijven. Doch indien men daarëntegen kan bevatten, dat de mensch kan begeren iemant te haten, om hem daar na met groter liefde te beminnen, zo zal hy altijt begeren de zelfde te haten. Want hoe de haat groter geweest zal hebben, hoe de liefde ook groter zal wezen; en dieshalven zal hy altijt begeren dat de haat groter en groter word: en om de zelfde oorzaak zal de mensch pogen meer en meer ziek te zijn, om namaals uit de gezontheit, die hy weder zal bekomen, groter blijschap te genieten; en dieshalven zal hy pogen altijt ziek te wezen: 't welk (volgens de zeste Voorstelling van dit deel) ongerijmt is.

Hatred which is completely vanquished by love passes into love: and love is thereupon greater than if hatred had not preceded it.

Proof.--The proof proceeds in the same way as Prop. xxxviii. of this Part: for he who begins to love a thing, which he was wont to hate or regard with pain, from the very fact of loving feels pleasure. To this pleasure involved in love is added the pleasure arising from aid given to the endeavour to remove the pain involved in hatred (III. xxxvii.), accompanied by the idea of the former object of hatred as cause.

Note.--Though this be so, no one will endeavour to hate anything, or to be affected with pain, for the sake of enjoying this greater pleasure; that is, no one will desire that he should be injured, in the hope of recovering from the injury, nor long to be ill for the sake of getting well. For everyone will always endeavour to persist in his being, and to ward off pain as far as he can. If the contrary is conceivable, namely, that a man should desire to hate someone, in order that he might love him the more thereafter, he will always desire to hate him. For the strength of love is in proportion to the strength of the hatred, wherefore the man would desire, that the hatred be continually increased more and more, and, for a similar reason, he would desire to become more and more ill, in order that he might take a greater pleasure in being restored to health: in such a case he would always endeavour to be ill, which (III. vi.) is absurd.

Elements in Which 3P44 is Used
  1. 3P44  4p46d