Individual Elements

←3P37
3P39→

3P38

Elements Used in 3P38
  1. 3p13s  3P38d
  2. 3p28  3P38d
  3. 3p21  3P38d
  4. 3p37  3P38d
  5. 3p33  3P38d
  6. 3p13c  3P38d
  7. 3p23  3P38d

Si quis rem amatam odio habere inceperit ita ut amor plane aboleatur, eandem majore odio ex pari causa prosequetur quam si ipsam nunquam amavisset et eo majore quo amor antea major fuerat.

DEMONSTRATIO: Nam si quis rem quam amat, odio habere incipit, plures ejus appetitus coercentur quam si eandem non amavisset. Amor namque lætitia est (per scholium propositionis 13 hujus) quam homo quantum potest (per propositionem 28 hujus) conservare conatur idque (per idem scholium) rem amatam ut præsentem contemplando eandemque (per propositionem 21 hujus) lætitia quantum potest afficiendo, qui quidem conatus (per propositionem præcedentem) eo est major quo amor major est ut et conatus efficiendi ut res amata ipsum contra amet (vide propositionem 33 hujus). At hi conatus odio erga rem amatam coercentur (per corollarium propositionis 13 et per propositionem 23 hujus); ergo amans (per scholium propositionis 11 hujus) hac etiam de causa tristitia afficietur et eo majore quo amor major fuerat hoc est præter tristitiam quæ odii fuit causa, alia ex eo oritur quod rem amavit et consequenter majore tristitiæ affectu rem amatam contemplabitur hoc est (per scholium propositionis 13 hujus) majore odio prosequetur quam si eandem non amavisset et eo majore quo amor major fuerat. Q.E.D.

Indien iemant de beminde zaak in dier voegen heeft beginnen te haten, dat de liefde gantschelijk uitgewischt word, zo zal hy de zelfde met groter haat, uit gelijke oorzaak gesproten, vervolgen, dan of hy haar nooit bemint had, en met zo veel te groter haat, als de liefde te voren groter heeft geweest.

Betoging.--Want indien iemant de zaak, die hy bemint, begint te haten, zo zullen meer van zijn lusten ingetoomt worden, dan of hy de zelfde nooit bemint had. Want de liefde is een blijschap, (volgens het Byvoegsel van de dartiende Voorstelling in dit deel) die de mensch, zo veel als hem mogelijk is, (volgens d' achtëntwintigste Voorstelling van dit deel) poogt te behouden; en dit (volgens het zelfde Byvoegsel) met de beminde zaak als tegenwoordig t'aanschouwen, en de zelfde (volgens d' eenëntwintigste Voorstelling in dit deel) met blijschap, zo veel als hem mogelijk is, aan te doen; welke poging (volgens de voorgaande Voorstelling) zo veel te groter is, als de liefde ook groter is, gelijk ook de poging van te weech te brengen dat de beminde zaak daarëntegen hem ook bemint. (Bezie de drieëndartigste Voorstelling van dit deel.) Maar deze pogingen worden met haat tot de beminde zaak geparst; volgens de Toegift van de drieendartigste Voorstelling in dit deal: dieshalven zal de minnaar (volgens het Byvoegsel van d' elfde Voorstelling in dit deel) ook om deze oorzaak met droefheit aangedaan worden, en met zo veel te groter droefheit, als de liefde groter heeft geweest: dat is, behalven de droefheit, die d' oorzaak van de haat heeft geweest, spruit noch een andere, te weten hier uit, dat hy de zaak bemint heeft; en by gevolg zal hy met groter hartstocht van droefheit de beminde zaak aanschouwen, dat is, (volgens het Byvoegsel van de dartiende Voorstelling in dit deel) met groter haat vervolgen, dan of hy haar niet bemint had, en met zo veel te groter haat, als de liefde groter heeft geweest; 't welk te betogen stond.

If a man has begun to hate an object of his love, so that love is thoroughly destroyed, he will, causes being equal, regard it with more hatred than if he had never loved it, and his hatred will be in proportion to the strength of his former love.

Proof.--If a man begins to hate that which he had loved, more of his appetites are put under restraint than if he had never loved it. For love is a pleasure (III. xiii. note) which a man endeavours as far as he can to render permanent (III. xxviii.); he does so by regarding the object of his love as present, and by affecting it as far as he can pleasurably; this endeavour is greater in proportion as the love is greater, and so also is the endeavour to bring about that the beloved should return his affection (III. xxxiii.). Now these endeavours are constrained by hatred towards the object of love (III. xiii. Coroll. and III. xxiii.); wherefore the lover (III. xi. note) will for this cause also be affected with pain, the more so in proportion as his love has been greater; that is, in addition to the pain caused by hatred, there is a pain caused by the fact that he has loved the object; wherefore the lover will regard the beloved with greater pain, or in other words, will hate it more than if he had never loved it, and with the more intensity in proportion as his former love was greater. Q.E.D.
Elements in Which 3P38 is Used

N/A