Individual Elements

←3P33
3P35→

3P34

Elements Used in 3P34
  1. 3p33  3P34d
  2. 3p13s  3P34d
  3. 3p11  3P34d
  4. 3p11s  3P34d
  5. 3p30  3P34d
  6. 3p30s  3P34d

Quo majore affectu rem amatam erga nos affectam esse imaginamur, eo magis gloriabimur.

DEMONSTRATIO: Nos (per propositionem præcedentem) conamur quantum possumus ut res amata nos contra amet hoc est (per scholium propositionis 13 hujus) ut res amata lætitia afficiatur concomitante idea nostri. Quo itaque rem amatam majore lætitia nostra de causa affectam esse imaginamur, eo magis hic conatus juvatur hoc est (per propositionem 11 hujus cum ejus scholio) eo majore lætitia afficimur. At cum ex eo lætemur quod alium nobis similem lætitia affecimus, tum nosmet cum lætitia contemplamur (per propositionem 30 hujus) : ergo quo majore affectu rem amatam erga nos affectam esse imaginamur, eo majore lætitia nosmet contemplabimur sive (per scholium propositionis 30 hujus) eo magis gloriabimur. Q.E.D.

Hoe wy ons inbeelden dat de beminde zaak met groter hartstocht tot ons aangedaan is, hoe wy meer daar op zullen roemen.

Betoging.--Wy pogen (volgens de voorgaande Voorstelling) zo veel als ons mogelijk is, dat de beminde zaak ons weêr bemint; dat is (volgens het Byvoegsel van de dartiende Voorstelling in dit deel) dat de beminde zaak van blijschap, in 't by zijn van onz denkbeelt, aangedaan word. Hoe wy ons dan inbeelden dat de beminde zaak om onzent wil met groter blijschap aangedaan is, hoe deze poging ook meer geholpen en bevordert word; dat is (volgens d' elfde Voorstelling in dit deel, met der zelfder Byvoegsel) hoe wy met groter blijschap aangedaan worden. Maar, gelijk wy ons hier over verblijden, dat wy een ander, ons gelijk, met blijschap aandoen, zo aanschouwen wy ons zelven met blijschap; volgens de dartigste Voorstelling van dit deel. Dieshalven, hoe wy ons inbeelden dat de beminde zaak met groter hartstocht tot ons aangedaan is, hoe wy ons zelven met groter blijschap zullen aanschouwen; of (volgens het Byvoegsel van de dartigste Voorstelling in dit deel) hoe wy meer zullen roemen; 't welk te betogen stond.

The greater the emotion with which we conceive a loved object to be affected towards us, the greater will be our complacency.

Proof.--We endeavour (III. xxxiii.), as far as we can, to bring about, that what we love should love us in return: in other words, that what we love should be affected with pleasure accompanied by the idea of ourself as cause. Therefore, in proportion as the loved object is more pleasurably affected because of us, our endeavour will be assisted.--that is (III. xi. and note) the greater will be our pleasure. But when we take pleasure in the fact, that we pleasurably affect something similar to ourselves, we regard ourselves with pleasure (III. 30); therefore the greater the emotion with which we conceive a loved object to be affected, &c. Q.E.D.
Elements in Which 3P34 is Used
  1. 3P34  3p35d
  2. 3P34  3p42d
  3. 3P34  3p49s