Individual Elements

←3P30
3P32→

3P31

Elements Used in 3P31
  1. 3p27  3P31d
  2. 3p17s  3P31d
  3. 3p28  3P31c
  4. 3p29s  3P31c

Si aliquem imaginamur amare vel cupere vel odio habere aliquid quod ipsi amamus, cupimus vel odio habemus, eo ipso rem constantius amabimus, etc. Si autem id quod amamus, eum aversari imaginamur vel contra, tum animi fluctuationem patiemur.

DEMONSTRATIO: Ex eo solo quod aliquem aliquid amare imaginamur, eo ipso idem amabimus (per propositionem 27 hujus). At sine hoc nos idem amare supponimus; accedit ergo amori nova causa a qua fovetur atque adeo id quod amamus hoc ipso constantius amabimus. Deinde ex eo quod aliquem aliquid aversari imaginamur, idem aversabimur (per eandem propositionem). At si supponamus nos eodem tempore id ipsum amare, eodem ergo tempore hoc idem amabimus et aversabimur sive (vide scholium propositionis 17 hujus) animi fluctuationem patiemur. Q.E.D.

COROLLARIUM: Hinc et ex propositione 28 hujus sequitur unumquemque quantum potest conari ut unusquisque id quod ipse amat, amet et quod ipse odit, odio etiam habeat; unde illud poetæ: Speremus pariter, pariter metuamus amantes; Ferreus est si quis quod sinit alter, amat.

SCHOLIUM: Hic conatus efficiendi ut unusquisque probet id quod ipse amat vel odio habet, revera est ambitio (vide scholium propositionis 29 hujus) atque adeo videmus unumquemque ex natura appetere ut reliqui ex ipsius ingenio vivant, quod dum omnes pariter appetunt, pariter sibi impedimento et dum omnes ab omnibus laudari seu amari volunt, odio invicem sunt.

Indien wy ons inbeelden dat iemant iets bemint, begeert, of haat, 't welk wy zelf beminnen, begeren, of haten, zo zullen wy daarom die zaak stantvastiglijker beminnen, enz. Maar indien wy ons inbeelden dat hy een afkeer of tegenheit van 't geen heeft, dat wy beminnen, of in tegendeel, dat hy 't geen bemint, 't welk wy haten, zo zullen wy zekere vlotheit des gemoeds lijden.

Betoging.--Hier om alleen, dat wy ons inbeelden dat iemant iets bemint, zullen wy het beminnen; volgens de zevenëntwintigste Voorstelling van dit deel: maar wy onderstellen dat wy, zonder dit, het zelfde beminnen; zo koomt 'er dan nieuwe oorzaak by de liefde, van de welke zy gequeekt word; en dieshalven zullen wy dit, dat wy beminnen, hier door stantvastelijker beminnen. Wijders, hier uit, dat wy ons inbeelden dat iemant een afkeer van iets heeft, daaröm zullen wy 'er ook een afkeer af hebben; volgens de zelfde Voorstelling. Maar indien wy onderstellen dat wy ter zelfde tijt het zelfde beminnen, zo zullen wy ter zelfde tijt het zelfde beminnen, en te gelijk af keerig daar af wezen, of (volgens het Byvoegsel van de zeventiende Voorstelling in dit deel) vlotheit des gemoeds lijden; gelijk te betogen stond.

Toegift.--Hier uit, en uit d' achtëntwintigste Voorstelling van dit deel volgt dat yder, zo veel als hem mogelijk is, poogt dat yder het geen, 't welk hy zelf bemint, zal beminnen, en dat hy ook het geen, 't welk hy haat, zal haten. Hier uit spruit dit van de Dichter: wy minnaars hopen gezamentlijk, en vrezen gezamentlijk; straf en onbuigsaam is hy, die het geen bemint, 't welk van een ander gelaten word.

Byvoegsel.--Deze poging van uit te werken dat yder het geen, 't welk hy zelf bemint, of haat, zal goet keuren, is, warelijk roemzucht. (Bezie het Byvoegsel van de negenëntwintigste Voorstelling in dit deel) En dieshalven zien wy dat yder van natuur begeert dat d' anderen naar zijn zin en verstant leven. En dewijl zy alle gezamentlijk hier naar trachten, zo zijn zy aan malkander een beletsel; en dewijl zy alle van alle geprezen, of bemint willen zijn, zo haten zy elkänder.

If we conceive that anyone loves, desires, or hates anything which we ourselves love, desire, or hate, we shall thereupon regard the thing in question with more steadfast love, &c. On the contrary, if we think that anyone shrinks from something that we love, we shall undergo vacillations of soul.

Proof.--From the mere fact of conceiving that anyone loves anything we shall ourselves love that thing (III. xxvii.): but we are assumed to love it already; there is, therefore, a new cause of love, whereby our former emotion is fostered; hence we shall thereupon love it more steadfastly. Again, from the mere fact of conceiving that anyone shrinks from anything, we shall ourselves shrink from that thing (III. xxvii.). If we assume that we at the same time love it, we shall then simultaneously love it and shrink from it; in other words, we shall be subject to vacillation (III. xvii. note). Q.E.D.

Corollary.--From the foregoing, and also from III. xxviii. it follows that everyone endeavours, as far as possible, to cause others to love what he himself loves, and to hate what he himself hates: as the poet says: "As lovers let us share every hope and every fear: ironhearted were he who should love what the other leaves."

Note.--This endeavour to bring it about, that our own likes and dislikes should meet with universal approval, is really ambition (see III. xxix. note); wherefore we see that everyone by nature desires (appetere), that the rest of mankind should live according to his own individual disposition: when such a desire is equally present in all, everyone stands in everyone else's way, and in wishing to be loved or praised by all, all become mutually hateful.

Elements in Which 3P31 is Used
  1. 3P31  3p35d
  2. 3P31  3daxlive
  3. 3P31  4p34s
  4. 3P31  4p37a
  5. 3P31c  4p37a
  6. 3P31s  5p4s
  7. 3P31  5p20d