Individual Elements

←3P29
3P31→

3P30

Elements Used in 3P30
  1. 3p27  3P30d
  2. 2p19  3P30d
  3. 2p23  3P30d
  4. 3p13s  3P30s
  5. 2p17c  3P30s
  6. 3p25  3P30s

Si quis aliquid egit quod reliquos lætitia afficere imaginatur, is lætitia concomitante idea sui tanquam causa afficietur sive se ipsum cum lætitia contemplabitur. Si contra aliquid egit quod reliquos tristitia afficere imaginatur, se ipsum cum tristitia contra contemplabitur.

DEMONSTRATIO: Qui se reliquos lætitia vel tristitia afficere imaginatur, eo ipso (per propositionem 27 hujus) lætitia vel tristitia afficietur. Cum autem homo (per propositiones 19 et 23 partis II) sui sit conscius per affectiones quibus ad agendum determinatur, ergo qui aliquid egit quod ipse imaginatur reliquos lætitia afficere, lætitia cum conscientia sui tanquam causa afficietur sive seipsum cum lætitia contemplabitur et contra. Q.E.D.

SCHOLIUM: Cum amor (per scholium propositionis 13 hujus) sit lætitia concomitante idea causæ externæ et odium tristitia concomitante etiam idea causæ externæ, erit ergo hæc lætitia et tristitia amoris et odii species. Sed quia amor et odium ad objecta externa referuntur, ideo hos affectus aliis nominibus significabimus nempe lætitiam concomitante idea causæ internæ gloriam et tristitiam huic contrariam pudorem appellabimus : intellige quando lætitia vel tristitia ex eo oritur quod homo se laudari vel vituperari credit, alias lætitiam concomitante idea causæ internæ acquiescentiam in se ipso, tristitiam vero eidem contrariam pœnitentiam vocabo. Deinde quia (per corollarium propositionis 17 partis II) fieri potest ut lætitia qua aliquis se reliquos afficere imaginatur, imaginaria tantum sit et (per propositionem 25 hujus) unusquisque de se id omne conatur imaginari quod se lætitia afficere imaginatur, facile ergo fieri potest ut gloriosus superbus sit et se omnibus gratum esse imaginetur quando omnibus molestus est.

Indien iemant iets gedaan heeft, 't welk, gelijk hy zich inbeeld, d' anderen met blischap aandoet, deze, van zijn denkbeelt, als des zelfs oorzaak, verzelt, zal met blijschap aangedaan worden, of zich zelf met blijschap aanschouwen. In tegendeel, indien hy iets doet, 't welk, gelijk hy zich inbeeld, d' anderen met droefheit aandoet, zo zal hy zich zelf met droefheit aanschouwen.

Betoging.--De geen, die zich inbeeld dat hy d' anderen met blijschap, of met droefheit aandoet, zal daar door (volgens de zevenëntwintigste Voorstelling in dit deel) met blijschap, of met droefheit aangedaan worden. Maar dewijl de mensch (volgens de negentiende en drieëntwintigste Voorstelling van het tweede deel) van zich zelf meêwustig is door d' aandoeningen, door de welken hy tot doen bepaalt word, zo zal de geen, die iets gedaan heeft, 't welk, gelijk hy zich inbeeld, d' anderen met blijschap aandoet, van blijschap, met bewustheit van zich zelf, als d' oorzaak van zijn blijschap, aangedaan worden, of zich zelf met blijschap aanschouwen: en in tegendeel, gelijk voorgestelt is.

Byvoegsel.--Dewijl de liefde (volgens het Byvoegsel van de dartiende Voorstelling in dit deel) een blijschap is, die van het denkbeelt van een uitterlijke zaak verzelt is, zo zal dan deze blijschap en droef heit zeker slach van liefde en haat wezen. Maar vermits de liefde en haat tot d' uitterlijke voorwerpen toegepast worden, zo zullen wy deze hartstochten met andere namen aanwijzen: te weten, wy zullen de blijschap, van het denkbeelt van een innerlijke oorzaak verzelt, roem, en de droef heit, hier tegen strijdig, schaamte noemen; ik wil zeggen dat, als de blijschap, of droefheit hier uit spruit, de mensch meent dat hy geprezen, of gelastert word: andersins zal ik de blijschap, van het denkbeelt van een inwendige oorzaak verzelt, met de naam van gerustheit op zich zelf, en de droefheit, daar tegen strijdig, met de naam van berou aanwijzen. Wijders, dewijl het (volgens de Toegift van de zeventiende Voorstelling in het tweede deel) gebeuren kan dat de blijschap, met de welke iemant zich inbeeld d' anderen aan te doen, alleenlijk inbeeldig is, en (volgens de vijfëntwintigste Voorstelling van dit deel) yder poogt alles zich in te beelden, 't welk hy meent dat hem met blijschap aandoet, zo kan lichtelijk gebeuren, dat de roemrijke verwaant is, en zich inbeeld dat hy by alle menschen aangenaam is, als hy aan alle tot een last verstrekt.

If anyone has done something which he conceives as affecting other men pleasurably, he will be affected by pleasure, accompanied by the idea of himself as cause; in other words, he will regard himself with pleasure. On the other hand, if he has done anything which he conceives as affecting others painfully, he will regard himself with pain.

Proof.--He who conceives, that he affects others with pleasure or pain, will, by that very fact, himself be affected with pleasure or pain (III. xxvii.), but, as a man (II. xix. and xxiii.) is conscious of himself through the modifications whereby he is determined to action, it follows that he who conceives, that he affects others pleasurably, will be affected with pleasure accompanied by the idea of himself as cause; in other words, he will regard himself with pleasure. And so mutatis mutandis in the case of pain. Q.E.D.

Note.--As love (III. xiii.) is pleasure accompanied by the idea of an external cause, and hatred is pain accompanied by the idea of an external cause; the pleasure and pain in question will be a species of love and hatred. But, as the terms love and hatred are used in reference to external objects, we will employ other names for the emotions now under discussion: pleasure accompanied by the idea of an external cause we will style Honour, and the emotion contrary thereto we will style Shame: I mean in such cases as where pleasure or pain arises from a man's belief, that he is being praised or blamed: otherwise pleasure accompanied by the idea of an external cause is called self--complacency, and its contrary pain is called repentance. Again, as it may happen (II. xvii. Coroll.) that the pleasure, wherewith a man conceives that he affects others, may exist solely in his own imagination, and as (III. xxv.) everyone endeavours to conceive concerning himself that which he conceives will affect him with pleasure, it may easily come to pass that a vain man may be proud and may imagine that he is pleasing to all, when in reality he may be an annoyance to all.

Elements in Which 3P30 is Used
  1. 3P30  3p34d
  2. 3P30s  3p34d
  3. 3P30s  3p35d
  4. 3P30  3p40s
  5. 3P30s  3p40s
  6. 3P30  3p41s
  7. 3P30s  3p41s
  8. 3P30s  3p42d
  9. 3P30  3p43d
  10. 3P30s  3daxxixe
  11. 3P30s  3daxxxie