Individual Elements

←3P12
3P14→

3P13

Elements Used in 3P13
  1. 3p12  3P13d
  2. 2p17  3P13d
  3. 3p9  3P13d

Cum mens ea imaginatur quæ corporis agendi potentiam minuunt vel cœrcent, conatur quantum potest rerum recordari quæ horum existentiam secludunt.

DEMONSTRATIO: Quamdiu mens quicquam tale imaginatur tamdiu mentis et corporis potentia minuitur vel coercetur (ut in præcedenti propositione demonstravimus) et nihilominus id tamdiu imaginabitur donec mens aliud imaginetur quod hujus præsentem existentiam secludat (per propositionem 17 partis II) hoc est (ut modo ostendimus) mentis et corporis potentia tamdiu minuitur vel coercetur donec mens aliud imaginetur quod hujus existentiam secludit quodque adeo mens (per propositionem 9 hujus) quantum potest imaginari vel recordari conabitur. Q.E.D.

COROLLARIUM: Hinc sequitur quod mens ea imaginari aversatur quæ ipsius et corporis potentiam minuunt vel coercent.

SCHOLIUM: Ex his clare intelligimus quid amor quidque odium sit. Nempe amor nihil aliud est quam lætitia concomitante idea causæ externæ et odium nihil aliud quam tristitia concomitante idea causæ externæ. Videmus deinde quod ille qui amat necessario conatur rem quam amat præsentem habere et conservare et contra qui odit, rem quam odio habet, amovere et destruere conatur. Sed de his omnibus in sequentibus prolixius.

Terwijl de ziel die dingen inbeeld, de welken des lighaams verrmogen van te doen, of te werken verminderen, of intomen, zo poogt zy, zo veel als zy kan, aan die dingen te gedenken, de welken der zelfder wezentlijkheit uitsluiten.

Betoging.--Zo lang de ziel iets zodanig inbeeld, zo lang word het vermogen der ziel, en des lighaams vermindert, of ingetoomt: (gelijk wy in de voorgaande Voorstelling betoogt hebben) en echter zal dit zo lang ingebeeld worden, tot dat de ziel iets anders inbeeld, 't welk de tegenwoordige wezentlijkheit van dit uitsluit; (volgens de zeventiende Voorstelling van het tweede deel) dat is, gelijk wy alreê getoont hebben, het vermogen van de ziel, en van 't lighaam word zo lang vermindert, of ingetoomt, tot dat de ziel iets anders inbeeld, 't welk de wezentlijkheit van dit uitsluit, en 't welk de ziel (volgens de negende Voorstelling van dit deel) zo veel, als haar mogelijk is, zal pogen in te beelden, of daar aan te gedenken; gelijk te betogen stond.

Toegift.--Hier uit volgt, dat de ziel een afkeer heeft van dingen in te beelden, de welken haar, en des lighaams vermogen verminderen, of intomen.

Byvoegsel.--Hier uit verstaan wy klarelijk wat liefde, en wat haat is. Namentlijk, de liefde is niets anders, dan een blijschap, die van het denkbeelt van een uitterlijke oorzaak verzelt word; en de haat niets anders, dan een droefheit, die van het denkbeelt van een uitterlijke oorzaak verzelt is. Wy zien wijders, dat de geen, die bemint, nootzakelijk poogt het geen, dat hy bemint, tegenwoordig te hebben, en te bewaren, en in tegendeel, dat de geen, die haat, het geen, daar op hy haat heeft, poogt te verdrijven, en te vernietigen. Maar van dit alles zullen wy hier na bredelijker spreken.

When the mind conceives things which diminish or hinder the body's power of activity, it endeavours, as far as possible, to remember things which exclude the existence of the first--named things.

Proof.--So long as the mind conceives anything of the kind alluded to, the power of the mind and body is diminished or constrained (cf. III. xii. Proof); nevertheless it will continue to conceive it, until the mind conceives something else, which excludes the present existence thereof (II. xvii.); that is (as I have just shown), the power of the mind and of the body is diminished, or constrained, until the mind conceives something else, which excludes the existence of the former thing conceived: therefore the mind (III. ix.), as far as it can, will endeavour to conceive or remember the latter. Q.E.D.

Corollary.--Hence it follows that the mind shrinks from conceiving those things, which diminish or constrain the power of itself and of the body.

Note.--From what has been said we may clearly understand the nature of Love and Hate. Love is nothing else but pleasure accompanied by the idea of an external cause: Hate is nothing else but pain accompanied by the idea of an external cause. We further see, that he who loves necessarily endeavours to have, and to keep present to him, the object of his love; while he who hates endeavours to remove and destroy the object of his hatred. But I will treat of these matters at more length hereafter.

Elements in Which 3P13 is Used
  1. 3P13c  3p15cd
  2. 3P13s  3p15cd
  3. 3P13s  3p17d
  4. 3P13s  3p19d
  5. 3P13  3p20d
  6. 3P13s  3p20d
  7. 3P13s  3p22d
  8. 3P13  3p23d
  9. 3P13s  3p24d
  10. 3P13  3p25d
  11. 3P13  3p27c3d
  12. 3P13s  3p28d
  13. 3P13  3p28d
  14. 3P13s  3p29d
  15. 3P13s  3p30s
  16. 3P13s  3p33d
  17. 3P13s  3p34d
  18. 3P13s  3p35d
  19. 3P13s  3p38d
  20. 3P13c  3p38d
  21. 3P13s  3p39d
  22. 3P13s  3p40d
  23. 3P13  3p41d
  24. 3P13s  3p44d
  25. 3P13c  3p44d
  26. 3P13s  3p45d
  27. 3P13s  3p48d
  28. 3P13s  3p49d
  29. 3P13s  3p55cscd
  30. 3P13s  3daviie
  31. 3P13  3daxxixe
  32. 3P13s  4p57d