Individual Elements

←2P8
2P10→

2P9

Elements Used in 2P9
  1. 2p8c  2P9d
  2. 2p8s  2P9d
  3. 2p6  2P9d
  4. 1p28  2P9d
  5. 2p7  2P9d
  6. 2p3  2P9cd
  7. 2p9  2P9cd
  8. 2p7  2P9cd

Idea rei singularis actu existentis Deum pro causa habet non quatenus infinitus est sed quatenus alia rei singularis actu existentis idea affectus consideratur cujus etiam Deus est causa quatenus alia tertia affectus est et sic in infinitum.

DEMONSTRATIO: Idea rei singularis actu existentis modus singularis cogitandi est et a reliquis distinctus (per corollarium et scholium propositionis 8 hujus) adeoque (per propositionem 6 hujus) Deum quatenus est tantum res cogitans, pro causa habet. At non (per propositionem 28 partis I) quatenus est res absolute cogitans sed quatenus alio cogitandi modo affectus consideratur et hujus etiam Deus est causa quatenus alio cogitandi modo affectus est et sic in infinitum. Atqui ordo et connexio idearum (per propositionem 7 hujus) idem est ac ordo et connexio causarum; ergo unius singularis ideæ alia idea sive Deus quatenus alia idea affectus consideratur, est causa et hujus etiam quatenus alia affectus est et sic in infinitum. Q.E.D.

COROLLARIUM: Quicquid in singulari cujuscunque ideæ objecto contingit, ejus datur in Deo cognitio quatenus tantum ejusdem objecti ideam habet.

DEMONSTRATIO: Quicquid in objecto cujuscunque ideæ contingit, ejus datur in Deo idea (per propositionem 3 hujus) non quatenus infinitus est sed quatenus alia rei singularis idea affectus consideratur (per præcedentem propositionem) sed (per propositionem 7 hujus) ordo et connexio idearum idem est ac ordo et connexio rerum; erit ergo cognitio ejus quod in singulari aliquo objecto contingit, in Deo quatenus tantum ejusdem objecti habet ideam. Q.E.D.

Het denkbeelt van een bezonder ding, dat dadelijk wezentlijk is, heeft God tot oorzaak, niet voor zo veel hy onëindig is, maar voor zo veel hy aangemerkt word met een ander denkbeelt van een bezonder ding, dat dadelijk wezentlijk is, aangedaan, van 't welk God ook oorzaak is, voor zo veel hy met een ander darde denkbeelt aangedaan is; en dus tot aan 't onëindig.

Betoging.--Het denkbeelt van een bezonder ding, dat dadelijk wezentlijk--is, is een bezondere wijze van denken, die van d' anderen onderscheiden is; (volgens de Toegift, en het Byvoegsel van-d' achtste Voorstelling in dit deel) en heeft dieshalven (volgens de zeste Voorstelling van dit deel) God, voor zo veel hy alleenlijk een denkende zaak is, tot ooraak; doch niet (volgens d' achtëntwintigste Voorstelling van 't eerste deel) voor zo veel hy volstrektelijk denkt, maar voor zo veel hy aangemerkt word met een andere bepaalde wijze van denken aangedaan; van 't welk God ook oorzaak is, voor zo veel hy met een andere bepaalde wijze van denken aangedaan is; en dus tot in 't onëindig. Maar d' ordening en samenknoping der denkbeelden, (volgens de zevende Voorstelling van dit deel) is de zelfde, als d' ordening en samenknoping der dingen: dieshalven, een ander bezonder denkbeelt, of God, voor zo veel hy aangemerkt word met een ander denkbeelt aangedaan, is oorzaak van een bezonder denkbeelt, en ook van dit, voor zo veel hy met een ander denkbeelt aangedaan is, en dus tot in 't onëindige, gelijk te betogen stond.

Toegift.--Alles, dat in een bezonder voorwerp van yder denkbeelt gebeurt, daar af is de kennis in God, alleenlijk voor zo veel hy het denkbeelt van 't zelfde voorwerp in zich heeft.

Betoging.--Al 't geen, dat in 't voorwerp van yder denkbeelt gebeurt, daar af is in God het denkbeelt; (volgens de darde Voorstelling van dit deel) niet voor zo veel hy onëindig is, maar voor zo veel hy aangemerkt word met een ander denkbeelt van een bezondere wezentlijke zaak: (volgens de voorgaande Voorstelling.) Maar (volgens de zevende Voorstelling van dit deel) d' ordening en samenknoping der denkbeelden is de zelfde, als d' ordening en samenknoping der dingen: zo zal dan de kennis van 't geen, dat in enig bezonder voorwerp gebeurt, in God zijn alleenlijk voor zo veel hy 't denkbeelt van 't zelfde voorwerp in zich heeft; 't welk te betogen stond.

The idea of an individual thing actually existing is caused by God, not in so far as he is infinite, but in so far as he is considered as affected by another idea of a thing actually existing, of which he is the cause, in so far as he is affected by a third idea, and so on to infinity.

Proof.--The idea of an individual thing actually existing is an individual mode of thinking, and is distinct from other modes (by the Corollary and note to Prop. viii. of this part); thus (by Prop. vi. of this part) it is caused by God, in so far only as he is a thinking thing. But not (by Prop. xxviii. of Part i.) in so far as he is a thing thinking absolutely, only in so far as he is considered as affected by another mode of thinking; and he is the cause of this latter, as being affected by a third, and so on to infinity. Now, the order and connection of ideas is (by Prop. vii. of this book) the same as the order and connection of causes. Therefore of a given individual idea another individual idea, or God, in so far as he is considered as modified by that idea, is the cause; and of this second idea God is the cause, in so far as he is affected by another idea, and so on to infinity. Q.E.D.

Corollary.--Whatsoever takes place in the individual object of any idea, the knowledge thereof is in God, in so far only as he has the idea of the object.

Proof.--Whatsoever takes place in the object of any idea, its idea is in God (by Prop. iii. of this part), not in so far as he is infinite, but in so far as he is considered as affected by another idea of an individual thing (by the last Prop.); but (by Prop. vii. of this part) the order and connection of ideas is the same as the order and connection of things. The knowledge, therefore, of that which takes place in any individual object will be in God, in so far only as he has the idea of that object. Q.E.D.

Elements in Which 2P9 is Used
  1. 2P9c  2p12d
  2. 2P9c  2p13d
  3. 2P9  2p19d
  4. 2P9  2p20d
  5. 2P9  2p24d
  6. 2P9  2p25d
  7. 2P9c  2p30d
  8. 2P9  3p1d
  9. 2P9c  3p10d