Individual Elements

←2P44
2P46→

2P45

Elements Used in 2P45
  1. 2p8c  2P45d
  2. 1p15  2P45d
  3. 2p6  2P45d
  4. 1a4  2P45d
  5. 1d6  2P45d
  6. 1p16  2P45s
  7. 1p24c  2P45s

Unaquæque cujuscunque corporis vel rei singularis actu existentis idea Dei æternam et infinitam essentiam necessario involvit.

DEMONSTRATIO: Idea rei singularis actu existentis ipsius rei tam essentiam quam existentiam necessario involvit (per corollarium propositionis 8 hujus). At res singulares (per propositionem 15 partis I) non possunt sine Deo concipi sed quia (per propositionem 6 hujus) Deum pro causa habent quatenus sub attributo consideratur cujus res ipsæ modi sunt, debent necessario earum ideæ (per axioma 4 partis I) ipsarum attributi conceptum hoc est (per definitionem 6 partis I) Dei æternam et infinitam essentiam involvere. Q.E.D.

SCHOLIUM: Hic per existentiam non intelligo durationem hoc est existentiam quatenus abstracte concipitur et tanquam quædam quantitatis species. Nam loquor de ipsa natura existentiæ quæ rebus singularibus tribuitur propterea quod ex æterna necessitate Dei naturæ infinita infinitis modis sequuntur (vide propositionem 16 partis I). Loquor inquam de ipsa existentia rerum singularium quatenus in Deo sunt. Nam etsi unaquæque ab alia re singulari determinetur ad certo modo existendum, vis tamen qua unaquæque in existendo perseverat, ex æterna necessitate naturæ Dei sequitur. Qua de re vide corollarium propositionis 24 partis I.

Yder denkbeelt van yder bezonder lighaam, of van yder bezondere zaak, die dadelijk wezentlijk is, sluit nootzakelijk Gods eeuwige en onëindige wezentheit in.

Betoging.--Het denkbeelt van een bezondere zaak, die dadelijk wezentlijk is, sluit (volgens de Toegift van d' achtste Voorstelling in dit deel) nootzakelijk zo wel de wezentheit, als de wezentlijkheit van de zelfde zaak in. Maar de bezondere zaken (volgens de vijftiende Voorstelling van't eerste deel) konnen niet zonder God bevat worden. Maar in tegendeel, dewijl zy (volgens de zeste Voorstelling van dit deel) God tot oorzaak hebben, voor zo veel hy onder een toeëigening, van de welke de zaken wijzen zijn, aangemerkt word, zo moeten nootzakelijk der zelfder denkbeelden (volgens de vierde Kundigheit van 't eerste deel) de bevatting van hun toeëigening, dat is (volgens de zeste Bepaling van't eerste deel) Gods eeuwige en onëindige wezentheit insluiten; gelijk te betogen stond.

Byvoegsel.--By wezentlijkheit versta ik hier niet de during, dat is de wezentlijkheit, voor zo veel zy als van de dingen afgetrokken, en als zekere gedaante van hoegrootheit bevat word. Want ik spreek hier van de natuur der wezentlijkheit zelve, die aan de bezondere dingen toegeëigent word, om dat uit d'eeuwige nootzakelijkheit van Gods natuur onëindige dingen op onëindige wijzen volgen. (bezie de zestiende Voorstelling van 't eerste deel) Ik spreek, zeg ik, van de wezentlijkheit zelve der bezondere dingen, voor zo veel zy in God zijn. Want hoewel yder bezondere zaak van een andere bezondere zaak bepaalt word tot op zekere wijze wezentlijk te zijn, zo volgt echter de kracht, door de welke yder zaak volhard in wezentlijk te zijn, alleenlijk uit d'eeuwige nootzakelijkheit van Gods natuur. bezie hier af de Toegift van de vierëntwintigste Voorstelling in 't eerste deel.

Every idea of every body, or of every particular thing actually existing, necessarily involves the eternal and infinite essence of God.

Proof.--The idea of a particular thing actually existing necessarily involves both the existence and the essence of the said thing (II. viii.). Now particular things cannot be conceived without God (I. xv.); but, inasmuch as (II. vi.) they have God for their cause, in so far as he is regarded under the attribute of which the things in question are modes, their ideas must necessarily involve (I. Ax. iv.) the conception of the attributes of those ideas--that is (I. vi.), the eternal and infinite essence of God. Q.E.D.

Note.--By existence I do not here mean duration--that is, existence in so far as it is conceived abstractedly, and as a certain form of quantity. I am speaking of the very nature of existence, which is assigned to particular things, because they follow in infinite numbers and in infinite ways from the eternal necessity of God's nature (I. xvi.). I am speaking, I repeat, of the very existence of particular things, in so far as they are in God. For although each particular thing be conditioned by another particular thing to exist in a given way, yet the force whereby each particular thing perseveres in existing follows from the eternal necessity of God's nature (cf. I. xxiv. Coroll.).

Elements in Which 2P45 is Used
  1. 2P45  2p46d
  2. 2P45  2p47d
  3. 2P45  5p20s
  4. 2P45  5p29s
  5. 2P45s  5p29s