Individual Elements

←2P11
2P13→

2P12

Elements Used in 2P12
  1. 2p9c  2P12d
  2. 2p11  2P12d
  3. 2p11c  2P12d
  4. 2p7s  2P12s

Quicquid in objecto ideæ humanam mentem constituentis contingit, id ab humana mente debet percipi sive ejus rei dabitur in mente necessario idea hoc est si objectum ideæ humanam mentem constituentis sit corpus, nihil in eo corpore poterit contingere quod a mente non percipiatur.

DEMONSTRATIO: Quicquid enim in objecto cujuscunque ideæ contingit, ejus rei datur necessario in Deo cognitio (per corollarium propositionis 9 hujus) quatenus ejusdem objecti idea affectus consideratur hoc est (per propositionem 11 hujus) quatenus mentem alicujus rei constituit. Quicquid igitur in objecto ideæ humanam mentem constituentis contingit, ejus datur necessario in Deo cognitio quatenus naturam humanæ mentis constituit hoc est (per corollarium propositionis 11 hujus) ejus rei cognitio erit necessario in mente sive mens id percipit. Q.E.D.

SCHOLIUM: Hæc propositio patet etiam et clarius intelligitur ex scholio propositionis 7 hujus, quod vide.

Al 't geen, dat in 't voor werp van 't denkbeelt, 't welk de menschelijke ziel stelt, gebeurt, moet van de menschelijke ziel begrepen worden, of het denkbeelt van die zaak--zal nootzakelijk in de ziel wezen: dat is, indien het voorwerp van het denkbeelt, dat de menschelijke ziel stelt, lighaam is, zo zal in dat lighaam niets konnen gebeuren, 't welk niet van de ziel begrepen zal worden, of zonder dat daar af een denkbeelt inde ziel is.

Betoging.--Al 't geen, dat in 't voorwerp van enig denkbeelt gebeurt, daar af is nootzakelijk de kennis in God, (volgens de Toegift van de negende Voorstelling in dit deel) voor zo veel hy aangemerkt word met het denkbeelt van 't zelfde voorwerp aangedaan; dat is (volgens d' elfde Voorstelling van dit deel) voor zo veel hy de ziel van enig ding stelt. Al 't geen dan, dat in 't voorwerp van het denkbeelt, 't welk de menschelijke ziel stelt, gebeurt; daar af is de kennis nootzakelijk in God, voor zo veel hy de natuur van de menschelijke ziel stelt; dat is, (volgens de Toegift van d'elf de Voorstelling in dit deel) de kennis van die zaak zal nootzakelijk in de ziel zijn, of de ziel begrijpt dit; gelijk te betogen stond.

Byvoegsel.--Deze Voorstelling blijkt ook, en word klarelijker verstaan uit het Byvoegsel van de zevende Voorstelling in dit deel, die men na te zien heeft.

Whatsoever comes to pass in the object of the idea, which constitutes the human mind, must be perceived by the human mind, or there will necessarily be an idea in the human mind of the said occurrence. That is, if the object of the idea constituting the human mind be a body, nothing can take place in that body without being perceived by the mind.

Proof.--Whatsoever comes to pass in the object of any idea, the knowledge thereof is necessarily in God (II. ix. Coroll.), in so far as he is considered as affected by the idea of the said object, that is (II. xi.), in so far as he constitutes the mind of anything. Therefore, whatsoever takes place in the object constituting the idea of the human mind, the knowledge thereof is necessarily in God, in so far as he constitutes the essence of the human mind; that is (by II. xi. Coroll.) the knowledge of the said thing will necessarily be in the mind, in other words the mind perceives it.

Note.--This proposition is also evident, and is more clearly to be understood from II. vii., which see.

Elements in Which 2P12 is Used
  1. 2P12  2p13d
  2. 2P12  2p14d
  3. 2P12  2p17d
  4. 2P12  2p17cd
  5. 2P12  2p19d
  6. 2P12  2p21d
  7. 2P12  2p22d
  8. 2P12  2p38d
  9. 2P12  3p2s
  10. 2P12  4p7d
  11. 2P12  5p4d