Individual Elements

←1P22
1P24→

1P23

Elements Used in 1P23
  1. 1d5  1P23d
  2. 1p15  1P23d
  3. 1d8  1P23d
  4. 1d6  1P23d
  5. 1p19  1P23d
  6. 1p21  1P23d
  7. 1p22  1P23d

Omnis modus qui et necessario et infinitus existit, necessario sequi debuit vel ex absoluta natura alicujus attributi Dei vel ex aliquo attributo modificato modificatione quæ et necessario et infinita existit.

DEMONSTRATIO: Modus enim in alio est per quod concipi debet (per definitionem 5) hoc est (per propositionem 15) in solo Deo est et per solum Deum concipi potest. Si ergo modus concipitur necessario existere et infinitus esse, utrumque hoc debet necessario concludi sive percipi per aliquod Dei attributum quatenus idem concipitur infinitatem et necessitatem existentiæ sive (quod per definitionem 8 idem est) æternitatem exprimere hoc est (per definitionem 6 et propositionem 19) quatenus absolute consideratur. Modus ergo qui et necessario et infinitus existit, ex absoluta natura alicujus Dei attributi sequi debuit hocque vel immediate (de quo vide propositionem 21) vel mediante aliqua modificatione quæ ex ejus absoluta natura sequitur hoc est (per propositionem præcedentem) quæ et necessario et infinita existit. Q.E.D.

Alle wijze, die nootzakelijk en eindig is, heeft nootzakelijk moeten volgen, of uit de volstrekte natuur van een van Gods toeëigeningen, of uit een van Gods toeëigeningen, voor zo veel de zelfde met een wijze is aangedaan, die ook nootzakelijk en onëindig is.

Betoging.--Wijze in iets anders is het geen, door 't welk het bevat moet worden;volgens de vijfde Bepaling: dat is (volgens de vijftiende Voorstelling van dit deel) iets, 't welk in God alleen kan zijn, en door God alleen verstaan worden. Indien men dan begrijpt dat een wijze nootzakelijk wezentlijk en onëindig is, zo moet men nootzakelijk dit beide besluiten, of door een van Gods toeeigeningen bevatten, voor zo veel men bevat dat de zelfde oneindigheit, en nootzakelijkheit van wezentlijkheit, of, 't welk (volgens d' achtste Bepaling) het zelfde is, eeuwigheit uitdrukt: dat is (volgens de zeste Bepaling, en de negentiende Voorstelling van dit deel) voor zo veel zy volstrektelijk aangemerkt word. De wijze dan, die nootzakelijk en onëindig is, heeft nootzakelijk uit de volstrekte natuur van enige van Gods toeëigeningen moeten volgen; en dit of onmiddelijk, (bezie hier af d' eenëntwintigste Voorstelling) of door middel van enige wijze, die uit de volstrekte natuur van een van zijn toeëigeningen volgt: dat is (volgens de voorgaande Voorstelling) die ook nootzakelijk en onëindig is; elijk te betogen stond.

Every mode, which exists both necessarily and as infinite, must necessarily follow either from the absolute nature of some attribute of God, or from an attribute modified by a modification which exists necessarily, and as infinite.

Proof.--A mode exists in something else, through which it must be conceived (Def. v.), that is (Prop. xv.), it exists solely in God, and solely through God can be conceived. If therefore a mode is conceived as necessarily existing and infinite, it must necessarily be inferred or perceived through some attribute of God, in so far as such attribute is conceived as expressing the infinity and necessity of existence, in other words (Def. viii.) eternity; that is, in so far as it is considered absolutely. A mode, therefore, which necessarily exists as infinite, must follow from the absolute nature of some attribute of God, either immediately (Prop. xxi.) or through the means of some modification, which follows from the absolute nature of the said attribute; that is (by Prop. xxii.), which exists necessarily and as infinite.
Elements in Which 1P23 is Used
  1. 1P23  1p32d