Individual Elements

←1P17
1P19→

1P18

Elements Used in 1P18
  1. 1p15  1P18d
  2. 1p16c1  1P18d
  3. 1p14  1P18d
  4. 1d3  1P18d

Deus est omnium rerum causa immanens, non vero transiens.

DEMONSTRATIO: Omnia quæ sunt, in Deo sunt et per Deum concipi debent (per propositionem 15) adeoque (per corollarium I propositionis 16 hujus) Deus rerum quæ in ipso sunt, est causa, quod est primum. Deinde extra Deum nulla potest dari substantia (per propositionem 14) hoc est (per definitionem 3) res quæ extra Deum in se sit, quod erat secundum. Deus ergo est omnium rerum causa immanens, non vero transiens. Q.E.D.

God is een inblijvende, en geen overgaande oorzaak van alle dingen.

Betoging.--Alles, dat 'er is, (volgens de vijftiende Voorstelling) is in God, en moet door God bevat worden. Dieshalven, (volgens d' eerste Toegift van de zestiende Voorstelling) God is oorzaak van alle dingen, die in hem zijn. Dit is 't eerste. Wijders, buiten God kan 'er geen zelfstandigheit zijn; (volgens de veertiende Voorstelling van dit deel;) dat is, olgens de darde Bepaling) iets, 't welk buiten God in zich is. Dieshalven, God is geen oorzaak van iets, dat buiten hem is; 't welk het tweede is, dat wy voorgestelt hebben.

God is the indwelling and not the transient cause of all things.

Proof.--All things which are, are in God, and must be conceived through God (by Prop. xv.), therefore (by Prop. xvi., Coroll. i.) God is the cause of those things which are in him. This is our first point. Further, besides God there can be no substance (by Prop. xiv.), that is nothing in itself external to God. This is our second point. God, therefore, is the indwelling and not the transient cause of all things. Q.E.D.
Elements in Which 1P18 is Used

N/A